Hellingbanen en roltrappen

Gepubliceerd op 14-06-2009. Laatste update op 27-10-2011.

Nieuwe snelwegen en spoorlijnen zijn vaak het abrupte einde van oude fietsverbindingen. De Fietsersbond heeft de laatste jaren steeds erop gehamerd fietsverbindingen in stand te houden. Dat betekent vaak de aanleg van fietsbruggen of tunnels. Een tunnel of een brug houdt altijd het overwinnen van hoogteverschillen in. Bij de aanleg van hellingen naar een brug of tunnel zijn er voor wegbeheerders een aantal aanbevelingen (o.a 'Tekenen voor de Fiets', pag. 119):

  • het hellingspercentage moet afhankelijk zijn van de te overwinnen hoogte (omdat een steile klim voor korte tijd wel is vol te houden mag een bruggetje op één meter hoogte een steilere aanloop hebben dan een brug op 3 meter hoogte);
  • het maximale stijgings- percentage bij 5 meter hoogteverschil is 2 procent;
  • een wegbeheerder moet rekening met windhinder, wind bepaalt namelijk voor een deel ook hoeveel stijging een fietser aankan.
In Breda Prinsenbeek wilde men aanvankelijk geen hellingbanen aanleggen voor het viaduct over de nieuwe HSL en A16. Men dacht dat fietsers net als voetgangers gebruik konden maken van roltrappen of de lift. Samen met bewoners heeft de Fietsersbond dit tegen weten te houden. De rechter gaf de Fietsersbond gelijk dat roltrappen niet veilig en fietsvriendelijk zijn. In Breda worden nu alsnog hellingbanen aangelegd. In de Rotterdamse wijk Pernis is een soort rollend tapijt (een roltrap zonder treden) in gebruik genomen om het forse hoogteverschil over de Betuwelijn (8 meter) te overbruggen. De eerste ervaringen hiermee lijken positief te zijn.