Geschiedenis van rotondes

Gepubliceerd op 13-06-2009. Laatste update op 31-10-2011.

Sinds 1990 zijn er rotondes in Nederland, waarbij fietsers op de rotonde voorrang hebben op verkeer dat de rotonde op- en afrijdt.

Minirotonde
Vroeger kende Nederland uitsluitend rotondes waar de regel ‘rechts gaat voor' van toepassing was. In de regel waren dit grotere rotondes. Hierdoor kon het autoverkeer op de rotonde nog tamelijk hard rijden. Voorrang voor verkeer van rechts leidde tot veel wachtende auto's op de rotonde, hetgeen de doorstroming van het autoverkeer niet ten goede kwam.
In de jaren tachtig kwam uit Engeland het idee overwaaien om het autoverkeer op de rotonde voorrang te geven op het verkeer dat de rotonde op- en afrijdt. In dat geval bleek men met veel kleinere rotondes ook goed uit de voeten te kunnen. Ook in Nederland sloeg de ‘minirotonde' aan. Ervaringen werden nog beter, toen het middeneiland van de rotonde groter ontworpen werd. Hierdoor bleek de rotonde nieuwe stijl ineens ook een geweldig goede snelheidsremmer. Op een goed ontworpen rotonde rijdt het autoverkeer niet harder dan 35 km/uur.
Over de positie van fietsers werd aanvankelijk niet gediscussieerd. Op rotondes zonder fietsvoorziening en met fietsstroken kregen fietsers vanzelf voorrang, op rotondes met vrijliggende fietspaden was het ‘vanzelfsprekend' dat fietsers voorrang moesten verlenen.

Enschede: eerste rotonde met fietsers in de voorrang
Rond 1990 stelde de gemeente Enschede dit als eerste ter discussie. Omdat de snelheid van auto's zo laag is, zou voorrang Voorrangsrotondevoor fietsers misschien wel helemaal geen probleem zijn. Door het fietspad cirkelvormig te maken, sluit het mooi aan bij de rotonde en begrijpt de weggebruiker dat het fietspad ook voorrang heeft. Enschede deed daarom een proef met een rotonde waarop ook de bijbehorende fietspaden voorrang hadden. En zo werd de Knalhutte-rotonde (genoemd naar de Knalhutteweg) een experiment dat het denken over fietsen op rotondes drastisch zou veranderen.
De eerste ervaringen en observatieonderzoeken op de Knalhutte-rotonde waren zeer bemoedigend. Reden voor de gemeente Enschede om ook op andere rotondes fietsers in de voorrang te doen.
Al snel volgden enkele andere gemeentes, eerst in Twente, later ook elders. Hierdoor ontstond binnen enkele jaren tijd een volstrekt onoverzichtelijke situatie in ons land. De weggebruiker werd geconfronteerd met een veelheid van vormgevingen en voorrangsregelingen en begreep dat allemaal niet meer. Dit werd door alle wegbeheerders in ons land als ongewenst ervaren.

Eenheid in rotondes (C.R.O.W)
Daarom werd in 1993 onder auspiciën van het gezaghebbende instituut C.R.O.W. een overleg gestart met als doel te komen tot aanbevelingen voor een uniforme vormgeving en voorrangsregeling voor rotondes. Dit leidde uiteindelijk tot aanbeveling ‘Eenheid in rotondes' (C.R.O.W.). Deze aanbeveling werd onderschreven door de minister, de provincies, de gemeentes en maatschappelijke organisaties als VVN, ANWB en ook door de Fietsersbond. Hiermee was voorrang voor fietsers op rotondes binnen de bebouwde kom van experiment gepromoveerd tot aanbeveling. De in december 2002 verschenen aanvulling C.R.O.W. 126a bevestigt deze keuze. Lees meer over de argumenten van de Fietsersbond in Waarom fietsers voorrang op rotondes?

Tekst: Theo Zeegers (verkeersconsulent Fietsersbond)