Wanneer zou een gemeente voor een fietspad moeten kiezen?

Gepubliceerd op 09-06-2009. Laatste update op 14-12-2012.

Mengen of scheiden, heet deze discussie in het verkeersjargon oftewel: zetten we fietsers en automobilisten samen op de weg of geven we ze ieder apart een eigen rijbaan. Wie zich niet prettig voelt op een weg vanwege de rondrazende auto's, denkt al gauw: geef mij maar een fietspad. Toch is een fietspad of een fietsstrook niet de enige oplossing om een weg prettiger voor fietsers te maken. Er zijn ook andere mogelijkheden:

  • Zorgen dat er minder auto's rijden door de weg voor het autoverkeer onaantrekkelijk te maken (bijvoorbeeld door het instellen van eenrichtingsverkeer, de weg doodlopend maken voor auto's, drempels aanleggen);
  • De snelheid van de auto's verminderen (weg versmallen, drempels, kruispuntplateaus enzovoort);
  • Zijn het vooral vrachtwagens die gevaar en ongemak opleveren? Zorg dan dat dit verkeer een andere route krijgt;
  • Een parkeerverbod of een stopverbod voor automobilisten kan er ook voor zorgen dat het fietsen prettiger wordt.


Twee voorbeelden van manieren om de weg onaantrekkelijk te maken voor automobilisten.

De verkeerskundigen van een gemeente denken bij het nemen van een beslissing over dit soort zaken -als het goed- is na over de functie van een weg. In het verkeersjargon gaat het tegenwoordig om de vraag: is het een gebiedsontsluitende weg of een erftoegangsweg? Met andere woorden: is het een weg waar doorgaand autoverkeer van gebruik maakt en waar harder dan 30 kilometer per uur wordt gereden of is het een weg door woongebieden waar 30 kilometer de maximumsnelheid is? In het eerste geval zijn fietspaden en fietsstroken logischer, in het tweede geval niet. Met weinig, rustig rijdende automobilisten kunnen fietsers prima de weg delen. Overigens is er soms reden om daar van af te wijken: om belangrijke fietsroutes herkenbaar te maken, kan men toch besluiten om een fietspad of -strook aan te leggen door zo'n rustig woonbuurtje.