De geschiedenis van de Fietsersbond

Gepubliceerd op 26-09-2011. Laatste update op 31-07-2014.

Op 18 oktober 1975 werd in Amersfoort de Eerste, Enige, Echte Wielrijders Bond, de ENWB, opgericht. Het was een initiatief van verschillende lokale groepen die zich zorgen maakten over de groeiende automobiliteit en de effecten daarvan op de leefomgeving. Het autobezit groeide explosief in de jaren zestig en het fietsgebruik was naar een historisch dieptepunt gedaald.

De claim om de ‘Eerste, Enige, Echte Wielrijders Bond' te zijn, begon als een grap om de autolobby van de ANWB te pesten. Deze grap kreeg echter al snel een serieus karakter. In 1977 spande de ANWB een proces aan tegen de ENWB vanwege de naam. Na een jarenlange juridische strijd oordeelde de rechter in 1979 dat de ENWB zijn naam moest veranderen. De publiciteit rond de rechtszaak speelde de jonge bond echter alleen maar in de kaart. Na vier jaar had de bond, die voortaan ENFB (Enige Echte Nederlandse Fietsers Bond) heette, al tienduizend leden.

Massale demonstraties eind zeventig/tachtiger jarenIn de beginjaren vestigde de bond met allerlei creatieve, ‘ludieke‘, maar ook wel hardere acties de aandacht op het milieuvriendelijke vervoermiddel fiets en de kwalijke gevolgen van het autogebruik. Hoogtepunten waren de grote fietsdemonstraties in Amsterdam, eind jaren zeventig, met tienduizenden deelnemers met optredens van Freek de Jonge en Koot en Bie. De doelstelling van de ENFB luidde: ‘De ENFB wil voorrang voor vormen van vervoer die veilig zijn, weinig energie verbruiken en het milieu sparen; meer mogelijkheden voor fietsers (maar ook voor voetgangers en openbaar vervoer)'.

Naar een professionele organisatie
De bond begon met een kantoortje plus dienstweigeraar in Amersfoort, verhuisde naar Woerden en is inmiddels met twintig betaalde medewerkers centraal gevestigd in Utrecht. De naam veranderde van ‘ENFB' naar ‘Fietsersbond enfb', en werd in het jaar 2000 ‘Fietsersbond'. Deze naam staat voor wat de Fietsersbond nu is: de professionele en actieve belangenbehartiger van alle fietsers in Nederland. In 2000 herformuleerde de Fietsersbond zijn doelstelling als volgt: ‘De Fietsersbond komt op voor de belangen van fietsers in Nederland en zet zich in voor meer en betere mogelijkheden om te fietsen'.

In de eerste tien jaar was de Fietsersbond vooral bezig met het bevechten van een plekje voor de fiets in het verkeersbeleid. De bond moest er eerst voor zorgen dat er in het verkeersbeleid überhaupt aan fietsers gedacht werd. Als dit al gebeurde, dan ging het in die tijd alleen om de veiligheid van fietsers. Eind jaren tachtig veranderde dit. Met het Masterplan Fiets (1991-1997) brak een nieuwe manier van denken door waar de Fietsersbond al veel eerder voor gepleit had. Fietsen moest niet alleen veilig maar ook prettig en comfortabel zijn. Eind jaren tachtig vond dit steeds meer gehoor bij verkeersambtenaren.

In de afgelopen tien jaar is opnieuw duidelijk geworden welke negatieve effecten de groeiende automobiliteit op de samenleving heeft. Dat de fiets een goed alternatief voor de auto is, is inmiddels echter alom bekend. Het gaat er nu vooral om dat de positieve aandacht voor de fiets wordt omgezet in betere fietsvoorzieningen: snelle, comfortabele, veilige fietsroutes, goede stallingmogelijkheden en een fietsvriendelijke regelgeving. Want met betere fietsvoorzieningen kunnen meer mensen tot fietsen verleid worden. De Fietsersbond is daarmee niet langer meer anti-auto maar pro-fiets.

De bond telt inmiddels honderdvijftig lokale afdelingen verspreid over Nederland en ruim 35.000 leden.

Meer achtergronden over de Fietsersbond staan in 'Wat hebben we bereikt?'.