Algemene vragen Fietsrouteplanner

Geplaatst op:
12-11-2010
Tags:
Is deze informatie nuttig?

Hoofdrubrieken:


Fietsrouteplanner algemeen

De gegevens in de planner

Software, computers, besturingssyteemen

Functionaliteiten

Printproblemen

GPS

Vrijwilligers

Routegegevens in tabblad route (rittijd, energieverbruik, uitgespaarde CO2)

Gezondheid, inspanning, voor- en nadelen van fietsen


De antwoorden:

Fietsrouteplanner algemeen

  • Vraag: Hoe werkt de planner?
  • Antwoord: dit kunt u lezen in de help van de van de planner.

  • Vraag: Is het gebruik van de fietsrouteplanner gratis?
    Antwoord: Ja, de planner is gratis en zal dit ook blijven. De planner is gemaakt met subsidie van diverse provincies. Ook zetten veel vrijwilliger zich geheel belangenloos in om de planner up-to-date te houden.

  • Vraag: Hoe blijf ik op de hoogte van vernieuwingen in de planner?
    Antwoord: Vernieuwingen in de planner staan op wat is nieuw.

De gegevens in de planner

  • Vraag: Ik heb ontdekt dat bepaalde informatie in de planner niet klopt. Wat kan ik doen?
    Antwoord: Ga naar de pagina "Reacties op fietsrouteplanner". Daar staat wat u kunt doen bij welk type fout die u bent tegengekomen.

Software, computers, besturingssyteemen

  • Vraag: Waarom is de planner in Flash? Flash is traag en werkt niet op op de Ipone en op de Ipad.
    Antwoord: Flash is nog steeds 'alive and kicking'. Toch begint Flash ingehaald te worden door HTML5 in combinatie met andere technieken. Momenteel zijn wij op zoek naar geldbronnen om de planner om te bouwen naar HTML5. Daarbij zal de planner ook een nieuw ontwerp krijgen en worden de functionaliteiten beter ontsloten. De nieuwste versie van Flash kunt u hier downloaden.

  • Vraag: De planner komt niet in beeld. Ik zie wel de balk boven de plannner maar op de plek van de planner zelf blijft het scherm wit. Wat moet ik doen?
    Antwoord: Dit is het geval als u Flash niet hebt geïnstalleerd. Dit is een plug-in (hulpprogramma) die gebruikt wordt door de browser (zoals Explorer en Firefox). Klik hier om Flash te downloaden en te installeren.

  • Vraag: Flash is geinstalleerd en nog steeds komt de planner niet in beeld. Wat moet ik doen?
    Antwoord: Dit is soms het geval als u een 64-bits computer gebruikt in combinatie met een oude versie van Flash. Er zijn twee oplossingen: (1) Download de laatste versie van Flash (die is namelijk ook geschikt voor 64 bits-computers), of (2): Gebruik een 32-bits browser, want hierin doen oude versies van Flahs het nog wel. De meeste browsers zijn standaard 32 bits (zoals Mozilla Firefox). Internet Explorer is op 64-bits computers zowel in een 32-bits als een 64-bits uitvoering aanwezig. Gebruik (bij een oude versie van Flash) de 32-bits versie.
    Om erachter te komen of u een 64-bits computer heeft klikt u hier.
  • Ik krijg de mededeling dat mijn scherm breder is dan 2001 pixels en dat de planner daarom niet verschijnt. Wat moet ik doen?
    De kaartserver van de planner kan geen kaarten maken die breder zijn dan 2001 pixels. Binnenkort is dit probleem opgelost, want dan werken we met zogenaamde 'tiles' (tegeltjes). Tot die tijd is de oplossing de browser iets kleiner te maken door deze niet het hele scherm te laten beslaan óf het gordijntje binnen de planner (= scheidslijn tussen formulieren en kaart) iets naar rechts te schuiven, want ook hierdoor wordt het kaartgedeeltje iets kleiner.

Functionaliteiten

  • Vraag: Ik wil een route graag opslaan. Is dat mogelijk?
    Antwoord: Een route opslaan en deze later opnieuw zichtbaar maken in de planner is op dit moment nog niet mogelijk. In de toekomst willen we dit wel inbouwen. Op dit moment is het alleen mogelijk om een route te downloaden als GPS-bestand (als 'track', als 'route' en als KML) en te printen. Verder kunt u de route bewaren door de routebeschrijving op te slaan als PDF-bestand. Hiervoor is een PDF-printer nodig (software) zoals Adobe PDF, PDF-creator of PDF-complete. U klikt dan binnen de planner op 'printen route' (let op: niet printen met de printfunctie van de browser), vervolgens kunt u kiezen welke printer u wilt gebruiken. Ipv de normale printer, kiest u 'pdf-writer'of 'pdf-printer'. Als die niet in het rijtje staat heeft uw computer geen pdf-printer en moet u deze eerst installeren.

Printproblemen

  • Vraag: Ik probeer de kaart van de planner te printen op papier. Waarom lukt dit niet?
    Antwoord: De planner kan niet worden geprint met de printopdracht in de browser die u vindt onder "bestand". Printen van de planner kan alleen met de printfunctie die in de planner zelf zit. Deze vindt u bovenaan de routebeschrijving. Ga hiervoor naar het tabblad 'routebeschrijving'. Binnen het menu 'geavanceerd' in het tabblad 'routebeschrijving' is het mogelijk te kiezen voor uitsluitend één overzichtkaartje van een halve of een hele pagina (A4).

  • Vraag: Het lukt niet om de routebeschrijving te printen naar PDF. Wat moet ik doen?
    Antwoord: De planner en ook de routebeschrijving worden weergegeven in Flash. Niet alle programma's om naar PDF te printen doen het goed met Flash. Probeer daarom een ander programma om naar PDF te printen. Goede ervaringen zijn er met Adobe PDF-creator, PDF-complete en met PDF-creator. Meer over printen vanuit de planner leest u in de help van de planner.

GPS

  • Vraag: Kan ik de routes uit de planner ook fietsen met een outdoor GPS-apparaat, zoals bijvoorbeeld een Garmin GPS-ontvanger.
    Antwoord: Ja, dat is zeer goed mogelijk. Zeker bij lange routes is het gebruik van GPS handiger dan papier. Bij GPS-ontvangers is het wel nodig de route met een kabeltje vanaf uw computer over te zetten. Overzetten naar een Smartphone is mogelijk door het bestand vanuit de planner naar uzelf te mailen (als attachment), en de route vervolgens te volgen met een app (bijvoorbeeld Orux-maps). Lees verder in de help van de help van de planner.

  • Vraag: Kan ik de route uit de planner ook gebruiken in mijn Tomtom?
    Antwoord: Dat kan, maar met beperkingen. U kunt het GPS-bestand (GPX) overzetten naar een Tomtom Rider (Tomtom voor de moterfiets). De Tomtom rider zet dit bestand vervolgens om in een Tomtom itn-bestand en vervolgens kunt u de route volgen. Echter: het GPX-bestand mag maar 50 afslagen lang zijn en de Tomtom zal de route bij het omzetten naar het itn-bestand uitsluitend laten lopen over wegen waar je met de auto mag komen, ook qua richting. Een veel gevallen levert dit een route op die flink afwijkt van de oorsponkelijk route.

  • Vraag: Kan ik de routes uit de planner ook fietsen met een smartphone?
    Antwoord: Ja en Nee. Het is op dit moment nog niet mogelijk om de planner te gebruiken op een smartphone. Wel is het mogelijk om de routes die (op een PC) zijn gemaakt met de fietsrouteplanner te fietsen met behulp van een smartphone. Mail het GPS-bestand (GPX) vanuit de planner naar uzelf en open de mail op uw smartphone. Op de smartphone (Ipone, Android) moet een App staan waarmee u een GPX-bestand kunt openen. Meer hierover leest u in de Help van de planner bij GPS. Zie ook de korte handleiding voor het gebruik van de Apps 'Everytrail' (Ipone en Android) en 'MotionX' (alleen Iphone)

Vrijwilligers

  • Vraag: In welke provincies kan ik als vrijwilliger een bijdrage leveren aan het up-to-date houden van de planner?
    Antwoord: In alle provincies. U kunt u aanmelden via www.fietsersbond.nl/spoorzoeker. Hier staat alle relevante informatie voor vrijwilligers.

Routegegevens in tabblad route (rittijd, uitgespaarde CO2, energieverbruik)

  • Vraag: In de planner staat de rittijd van de route. Waar is deze op gebaseerd?
    Antwoord: De rittijd is gebaseerd op de afstand van de route, de te verwachte fietssnelheid die u zelf moet opgeven, en de eventuele extra tijd bij pontveren. De extra tijd bij pontveren is de gemiddelde wachtijd + de vaartijd. Als u geen fietssnelheid opgeeft gaat de planner uit van 18 km per uur. Het opgeven van de snelheid is mogelijk door te klikken op de driehoekjes achter de fietssnelheid (van 7 tot en met 55 km per uur). De ingestelde snelheid wordt onthouden (op dezelfde computer). Lees verder in de help van de help van de planner.


  • Vraag: In de planner staat de CO2-besparing. Waar is deze op gebaseerd?
    Antwoord: Een gemiddelde auto produceert ongeveer 150 gram CO2 per kilometer. Vervangt u een autorit door de fiets dan kunt u dus zeggen dat je 150 gram bespaart per kilometer. Vervangt u 2000 km autoritjes door fietsritjes (dat is elke dag een ritje van 5,5 km) dan bespaart u 300 kg CO2. Doet u de auto (of tweede auto) de deur uit en vervangt u 10.000 km per jaar dan bespaart u maar liefst 1500 kg CO2. In een artikel uit het januarinummer 2007 van de VogelVrije Fietser wordt uitgebreider ingegaan op de CO2 besparing op de fiets. Lees verder in de help van de help van de planner.

  • Vraag: In de planner staat het energieverbruik. Waar is dit op gebaseerd?
    Antwoord: het energieverbruik is gebaseerd op de afstand, op de snelheid die u heeft opgegeven en verder gaan we er vanuit dat mensen die snel fietsen gemiddeld lichter lopende fietsen gebruiken. Het energieverbruik is niet recht evenredig met het de snelheid. De berekening is gebaseert op de formule: Kj=((75+(a-16)*7,5)*b*5)/1000. Hier is a is de snelheid in km per uur, en b de duur van de fietstocht in secondes.  Lees verder in de help van de help van de planner.

  • Vraag: Hoeveel vermogen of energie kan een fietser leveren?
    Antwoord: Een fietsers moet energie leveren met zijn benen om vooruit te komen. Het energieverbruik wordt meestal aangeduid met vermogen, wat niks anders is dan de hoeveelheid energie geleverd in 1 seconde. Een normaal vermogen dat een fietser kan leveren is 100 watt (= 100 Joule per seconde). Dit is een vermogen dat de meeste fietsers gedurende een lange tijd vol kunnen houden zonder echt moe te worden. Een goed getrainde toerfietser, die een uur voluit fietst, levert een vermogen van ongeveer 300 watt. Een professionele wielrenner, die een uur voluit fietst, levert een vermogen van ongeveer 500 watt. Met trainen kunt u het geleverde vermogen iets verbeteren. Een ruwe richtlijn is dat een winst te behalen is van 30%. De winst van trainen is vooral dat u een bepaalde inspanning langer vol kunnen houden. Het bijzondere aan de fiets is dat u met weinig energie toch zo snel kunt fietsen. Met slechts 100 watt fietst u op een gewone stadsfiets al 20 km/h. Levert u 100 watt in de Quest dan fietst u met maar 100 watt 30 km/h. Zelfs met een zeer bescheiden vermogen van 55 watt fietst u op een gewone stadsfiets nog 15 km/uur. Een handige hulpmiddel om een inschatting te maken van de inspanning waarmee u fietst is een hartslagmeter. Voor meer informatie over het vermogen op de fiets zie:

Gezondheid, inspanning, voor- en nadelen van fietsen

  • Vraag: Wat is het effect op de gezondheid van fietsen?
    Antwoord: Meer gaan fietsen is een van de makkelijkste methodes om gezonder te leven. Met elke dag een half uur matig intensief fietsen voldoet u aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen.
  • Vraag: Hoeveel eten verbruik je op de fiets?
    Antwoord: Als u weet met hoeveel vermogen uw benen de trappers rond laten gaan , kunt u berekenen hoeveel energie u extra verbruikt en heeft u een inschatting hoeveel u kunt afvallen. Voor de berekening in de fietsrouteplanner zijn we uitgegaan van een vermogen van 100 watt.

    De berekening
    Uitgangspunt is een fietstochtje van 18 km. U doet daar een uur over en trapt ongeveer 100 watt.
    100 watt betekent dat uw benen elke sec 100 Joule aan spierarbeid leveren.

    Om 100 Joule aan spierarbeid te leveren moet uw lichaam 400 Joule aan voedsel verbranden. Uw lichaam is namelijk niet erg efficiënt in het verbranden van voedsel. Maar 25% van de energie in het voedsel wordt omgezet in beweging. De rest gaat verloren als warmte.
    Doet u over het ritje van 18 km een uur (=3600 seconden), dan verbrandt u 3600 sec * 400 J = 1440 kJ aan voedsel. Veel gebruikt wordt nog de ouderwetse aanduiding in KiloCalorieën. 1 kCal = 4,19 kJ zodat 1440 kJ = 344 kCal.

    En hoeveel voedsel is dat dan?
    344 kC staat gelijk aan ongeveer een halve liter melk, anderhalve energiereep of een schaaltje yoghurt met honing en muesli. Dat is niet zo veel en het lijkt dan ook of u met fietsen nauwelijks afvalt. Bedenk echter dat dit extra energieverbruik is. Ga je bijvoorbeeld elke dag met de fiets naar uw werk, in plaats van met de auto, en u fietst daardoor in totaal een uurtje extra, dan verbruikt u dat schaaltje yoghurt met muesli ook elke dag extra. Gaat u niet meer eten, dan valt u gegarandeerd af. Op de verpakking van voedsel kunt u precies zien hoeveel energie in kCal of kJ 100 gram voedsel levert.

    Meer informatie over afvallen staat onder andere op www.sportjefit.nl en www.gezonder-afvallen.nl en  De Fietscalculator

  • Vraag: Waardoor wordt de fietser geremd (en waarom kost fietsen dus energie)?
    Antwoord: De kruissnelheid die u als fietser uiteindelijk bereikt wordt naast de input van de benen bepaald door de externe weerstand die de fietser ondervindt. Deze is onder te verdelen in vier factoren:
    • De luchtweerstand
    • De rolweerstand
    • De interne wrijvingsverliezen
    • Massatraagheid

    Luchtweerstand
    Wanneer u met een snelheid van boven de 20 km/h fietst is de luchtweerstand de grootste weerstand die u als fietser moet overwinnen. De luchtweerstand hangt af van de luchtdruk, het frontaal oppervlakte, de vorm van de fietser en fiets en de snelheid.
    Aan de luchtdruk kunt u niks doen. Maar het verklaart wel waarom bijvoorbeeld schaatsers op hoogte zo snel zijn. Het frontaal oppervlakte kunt u verkleinen door meer voorover te gaan zitten of juist door te gaan liggen op een ligfiets. Fietst u met bagage dan merkt u goed dat de tassen veel extra wind vangen. Ook een wapperende regenjas vangt extra wind. Een voorwerp gaat sneller door de wind als die aerodynamisch gevormd is, bijvoorbeeld in de vorm van een waterdruppel. Op een open fiets is het nauwelijks zinvol om de onderdelen aerodynamisch te maken. Wel veel snelheidswinst is te behalen door u te omhullen met een aerodynamische omhulling. De snelste fiets voor het dagelijkse verkeer, de Quest van Velomobiel.nl dankt zijn snelheid geheel aan de aerodynamische vorm van de carrosserie. Het vermogen dat u moet leveren om de luchtweerstand te overwinnen neemt toe met de derde macht van de snelheid. Levert u op het vlakke 30% meer vermogen, dan gaat u maar 10% harder. Frustrerend. Bent u echter moe en levert u juist 30% minder vermogen dan gaat u maar 10% langzamer. Een zeer efficiënte manier om de luchtweerstand te verkleinen is in het wiel van iemand gaan fietsen. Het voordeel hiervan is veel groter dan de meeste mensen denken.

    Rolweerstand
    Het laten rollen van een fietswiel met band kost energie omdat de band steeds een beetje moeten worden ingedrukt en weer uitveert. Deze rolweerstand van de wielen op de fiets wordt bepaald door de druk in de band, de constructie van de band, de massa van de fiets en fietser en de vlakheid van de weg. Hoe hoger de druk in de band hoe lager de rolweerstand. Dit gaat echter maar tot zekere hoogte op. Een band moet ook trillingen dempen en een hard opgepompte band doet dat slechter dan een zachte band. Een dunne soepele band heeft een lagere rolweerstand dan een dikke stugge band. Helaas betekent een dunne band ook dat die sneller lek gaat. Verrassend heeft een dunnere binnenband ook een aanzienlijke verlaging van de rolweerstand tot gevolg.
    Hoe zwaarder de fietser, hoe meer de band elke keer moet veren en hoe hoger dan ook de rolweerstand. Over een mooie gladde weg rolt een wiel lichter dan over een ruwe weg. Fietst u rustig dan is de grootste snelheidswinst te behalen door snellere banden te onteren. Meer informatie over banden staat hier in de vraagbaak.

    Interne wrijvingsverliezen
    Door wrijving in de kogellagers, schakeltjes van de ketting en tandwielen verliest u een klein beetje energie. Dit verlies is op een fiets verrassend laag. Op een fiets met derailleurversnellingen is dit enkele procenten. Op een fiets met naafversnellingen is het iets groter. Helaas is nog nooit goed gemeten hoe groot dit werkelijk is. Onduidelijk is ook hoe groot het verschil is tussen een goed gesmeerde kettingen een slecht gesmeerde ketting. Maar wilt u het zeker voor het onzekere nemen smeer dan altijd uw ketting goed. Fietst u veel in het donker dan loont het de moeite om naar de energievoorziening van de lamp te kijken. Een gewone banddynamo is erg inefficiënt, een naafdynamo is al veel beter en met batterijverlichting hoeft u helemaal niks extra's te trappen.

    Massatraagheid
    Fietst u op het vlakke dan maakt het nauwelijks uit hoe zwaar u bent. De belangrijkste weerstand op de fiets, de luchtweerstand, is onafhankelijk van de massa. Alleen de rolweerstand is afhankelijk van de massa. Gaat u echter bergop dan is het gewicht dat u omhoog moet tillen zeer bepalend voor de snelheid. Fietst een normale fietser op het vlakke 30 km/h dan zakt de snelheid naar 15 km/h. Daarnaast kost het energie om massa in beweging te zetten. In theorie bent u die energie niet kwijt. Een zwaardere fietser rolt ook verder als die stopt met trappen. In de praktijk moet u meestal remmen in plaats van uitrollen. En dan verliest een zware fietser meer energie. Dat gewicht bij wielrennen zo belangrijk gevonden wordt komt doordat de verschillen gemaakt worden bergop. En dan kan een kilo minder gewicht het verschil tussen winst en verlies betekenen.

    Snelheidsverlies door slechte infrastructuur
    Voor uw rittijd is niet alleen de kruissnelheid van belang maar ook hoe vaak u moet stoppen. Voor het project "fietsbalans" heeft de fietsersbond per gemeente de wachttijd per kilometer gemeten en de gemiddelde snelheid als gefietst werd met een kruissnelheid van 18 km/h. Voor een grote gemeente als Utrecht was bijvoorbeeld de wachttijd per km maar liefst 29 seconde en de gemiddelde snelheid 14,5 km/h. Ook scheelt het voor uw rittijd nogal als u bijvoorbeeld bij het station uw fiets direkt bij de ingang kan stallen of eerst nog 300m moet lopen. In de fietsrouteplanner wordt (nog) geen rekening gehouden met slechte infrastructuur en bijvoorbeeld de wachttijd bij stoplichten en drukke kruispunten. In onderstaande verhaal wordt duidelijk waarom juist het vaak stoppen voor fietsers zo vervelend is.
    www.cyclecraft.co.uk/digest/stop.pdf

    En wat is dan een snelle fiets? Kort samengevat. Een fiets met derailleurversnellingen, lage luchtweerstand, soepele hoge druk banden en laag gewicht. Maar u moet altijd goed naar de omstandigheden kijken welke fiets uiteindelijk het snelste is. Een racefiets weegt bijna niks en rolt erg snel. Maar in de polder legt u het toch duidelijk af tegen een ligfiets door de hogere luchtweerstand. En op een hobbelige weg heeft u aan dunne hard opgepompte bandjes ook niks.

  • Waarom fiets je in de winter langzamer?
    Antwoord: De ervaring van veel fietsers is dat ze in de winter duidelijk langzamer fietsen dan in de zomer. Hiervoor zijn een aantal redenen te geven.

    Door de lagere temperatuur is de dichtheid van de lucht hoger. Hierdoor is de luchtweerstand ook iets hoger. Daarbij komt dat het in de winter ook iets meer waait.
    Rubber wordt bij lagere temperaturen iets stugger. Daardoor neemt de rolweerstand toe bij lagere temperaturen.
    Het lichaam levert minder vermogen in de winter dan in de zomer. Het verschil kan wel zo'n 10% bedragen. Dit lijkt dan ook de belangrijkste oorzaak voor de langzamere snelheid.
  • Waarom is klimmen zo zwaar?
    Antwoord: Veel fietser ervaren een berg op fietsen als veel zwaarder dan op het vlakke fietsen. Dat is op het eerste gezicht vreemd. Of u een uur op het vlakke fietst of een uur de berg op maakt niks uit. De inspanning is gelijk. Alleen de snelheid is bergop veel lager. Maar als u dat gewoon accepteert is bergop fietsen niet anders dan op een vlakke weg fietsen. De enige voorwaarde is dat u over genoeg versnellingen beschikt om bergop in het juiste beentempo te fietsen. Toch zijn er een aantal redenen te geven waarom klimmen zwaarder is of als zwaarder ervaren wordt dan fietsen op het vlakke.
    De belangrijkste reden is dat hard fietsen op het vlakke nauwelijks loont. Gaat u 30% meer vermogen leveren op het vlakke dan wordt de snelheid ongeveer 10% hoger. Op een flinke helling is de snelheid evenredig met het geleverde vermogen. Even rustig aandoen op het vlakke kan prima. Helling op valt u helemaal stil. Stel u fietst een seizoen heel intensief. U valt 5 kilo af en uw duurvermogen voor een uur neemt toe van 200 watt naar 250 watt. De snelheidswinst op een racefiets op het vlakke is dan maar 10%. En het frustrerende is dat uw ongetrainde ik moeiteloos in uw wiel kan blijven zitten. Op een 10% helling is de snelheidswinst echter 35%. Zodra de weg flink omhoog gaat blijft uw ongetrainde ik ver achter. Op het vlakke kunt u zich lekker verstoppen. Fietst u achter in een groepje een lekker gangetje van 35 km/h dan kunt u denken, het gaat goed vandaag, dat kost me weinig moeite, ik ben toch nog goed in vorm. De waarheid is dat niet u goed in vorm bent maar de fietser op kop die zo vriendelijk is om zich in het zweet te fietsen om u uit de wind te houden. Bergop kunt u niet profiteren. U zult het zelf moeten doen En dan merkt u het als uw conditie niet goed is. Op het vlakke heeft een paar kilo overgewicht nauwelijks invloed op de snelheid. Bergop betekent 10% overgewicht dat je 10% langzamer gaat. Het unieke van de fiets is dat u met weinig inspanning zo lekker snel rolt. Dit unieke aspect verdwijnt bergop. Met 8 km/h voort ploeteren voelt mentaal heel anders dan met 30 km/h zonder inspanning voorbij flitsen. Rijdt u, bijvoorbeeld tijdens een fietsvakantie, over een glooiend parkoer dan bent u het snelste als u bergop vooral de inspanning levert en bergaf en de vlakke gedeeltes gebruikt om uit te rusten. Bij warm weer merkt u bergop dat u flink zweet omdat door de lagere snelheid minder zweet verdampt. Met 25 graden fietsen op het vlakke is heerlijk, bergop wordt u drijfnat van het zweet. Tijdens bijvoorbeeld de Tour de France worden de inspanningen geleverd bergop (en in de tijdritten die veel slechter in beeld komen). Als we ons daar aanspiegelen ontstaat vanzelf het beeld dat bergop fietsen zwaar is. Met weinig vermogen is een flinke heuvel nauwelijks meer fietsend op te komen. Fietst u met 55 watt 15 km/uur. Op een 5% helling zakt de snelheid dan naar 4 km/uur.
  • Vraag: Wat is de Nederlandse Norm Gezond Bewegen?
    Antwoord: In Nederland is een norm vastgesteld voor gezond bewegen. De NNGB. Deze Nederlandse Norm Gezond Bewegen geeft een algemeen advies omtrent bewegen en gezondheid. Opvolgen van deze adviezen zal vooral gezondheidswinst opleveren die in belangrijke mate hart- en vaataandoeningen helpt voorkomen. De NNGB is in 1998 vastgesteld en werd afgeleid van internationale richtlijnen. De norm verschilt per leeftijdsgroep en is vastgesteld op minimaal 5 dagen in de week 30 minuten matig intensief bewegen. De adviezen zijn gebaseerd op het bevorderen van wandelen, fietsen, tuinieren, zwemmen e.d. Opvolgen van deze adviezen zal vooral gezondheidswinst opleveren voor voorkoming van hart- en vaataandoeningen. De norm richt zich met name op hart en spieren.

    De NNGB per leeftijdsgroep:
    Jeugd (onder de 18 jaar): dagelijks een uur matig intensieve lichamelijke activiteit, waarbij de activiteiten minimaal twee maal per week gericht zijn op het verbeteren of handhaven van lichamelijke fitheid (kracht, lenigheid en coördinatie). Volwassenen (18-55 jaar): een half uur matig intensieve lichamelijke activiteit op tenminste vijf, maar bij voorkeur alle dagen van de week. 55-plussers: een half uur matig intensieve lichamelijke activiteit op tenminste vijf, maar bij voorkeur alle dagen van de week.
    Wat is matig intensief?

    In de norm wordt matig intensief aangeduid als een MET-waarde tussen 4 en 6,5. Een nogal omslachtig begrip. Een MET-waarde van 6 betekent dat u 5kCal per kg lichaamsgewicht per uur extra moet verbranden ten opzichte van de rustverbranding. Bent u 70 kg dan is dat 350 Kcal per uur. Wat dus overeen komt met een uur 100 watt fietsen op een gewone fiets met een snelheid van 18 km/uur. In de norm wordt gezegd dat flink doorwandelen (5 a 6 km/h) gelijk staat aan 15 km/h op de fiets. Dit is een duidelijke onderschatting van het gemak van fietsen (of overschatting van wandelen) want 6 km/h wandelen is echt stevig doorlopen. Op een gewone fiets is dat een snelheid van zeker boven de 20 km/h. En op een racefiets al tegen de 30 km/uur. Met fietsen kunt u zichzelf makkelijk voor de gek houden dat u een flinke inspanning levert (bijvoorbeeld door in groep te fietsen en de hele rit met zeer lage inspanning in het wiel van iemand anders te volbrengen). Daarom is juist bij fietsen en hartslagmeter erg handig om een goed beeld van de inspanning te krijgen. Op www.sportzorg.nl is meer algemene informatie te vinden over bewegen en fit blijven.
  • Vraag: Hoe kun je zelf de snelheid, het geleverde vermogen of energieverbruik berekenen?
    Antwoord: Op deze site (Hembrow) én op deze site (de Fietscalculator) kunt u alle variabelen invullen die bepalen hoe snel u fietst of hoe hard u moet trappen. Ook kunt u goed zien wat het effect is als u een bepaalde waarde veranderdt. Zo is goed te zien dat gewichtsbesparing op een wegdek zonder steiging weinig snelheidswinst oplevert maar berg op juist heel veel. Met het programma kunt u ook een goede inschatting krijgen hoeveel vermogen u kunt leveren door te meten bij windstil weer hoe snel u fietst bij een bepaalde hartslag, en die snelheid in te voeren. Het programma geeft ook aan hoeveel calorieën u verbruikt en in een tabel hoeveel voedsel dat is.

  • Vraag: Wat zijn de voor- en nadelen van fietsen?

    Voordelen van fietsen:
    • Fietsen kunt u makkelijk inpassen in het dagelijks leven. Vervangt u bus of autoritten op de korte afstand door fietsen dan kost u dat geen extra tijd. Elke dag een half uur naar de sportschool moet u maar kunnen inpassen in uw dagelijks leven.
    • Fietsen kunt u makkelijk doen met matige intensiteit. Op een gewone fiets rijdt u dan al 20 km/h. Met een snelle fiets kan dat al 30 km/h zijn. Daarmee komt u nog eens ergens in een uurtje. Met een uurtje wandelen bent u net de wijk uit en kunt u al weer omkeren. Bent u moe van het fietsen dan kunt u rustig met 15 km/h naar huis rollen.
    • Fietsen kunt u makkelijk doen met iemand anders die een ander niveau heeft. Doordat de luchtweerstand met de snelheid met de derde macht toeneemt en door het peloton effect kunt u heel goed samen fietsen terwijl ieder toch lekker moe kan worden. Een ideale fiets om samen te fietsen is de tandem. Voor meer informatie over tandems zie www.tandemclub.nl
    • Fietsen vereist weinig techniek. U kunt zo beginnen. Met bijvoorbeeld skaten of zwemmen zult u eerst de techniek onder de knie moeten krijgen. Wel zouden veel fietsers wat meer aandacht kunnen besteden aan het remmen, op- en afstappen, sturen en achterom kijken.
    • Met fietsen heeft u weinig risico van blessures en overbelasting. Met overgewicht belast u de gewrichten op een fiets veel minder zwaar dan lopend (wel zal je moeite hebben een goed zadel te vinden). U kunt nauwelijks rare bewegingen maken op de fiets. Bijvoorbeeld uw enkel zwikken lukt niet op de fiets.
    • Fietsen is goedkoop. Gebruikt u een fiets om ander vervoer te vervangen dan verdient u door te gaan fietsen. Ook alsv u een fiets speciaal aanschaft is het niet duur. Weliswaar lijkt de aanschaf vrij fors maar u hoeft bijvoorbeeld geen abonnement op de sportschool van €25,- per maand te nemen.
    • Fietsen is erg geschikt voor mensen met lichamelijke beperkingen. Voor bijna elke beperking is wel een aanpassing te vinden waardoor mensen toch kunnen blijven fietsen. Een goed voorbeeld hiervan is de electrische fiets. Dankzij de extra trapondersteuning kunnen veel ouderen met zo'n fiets met plezier blijven fietsen.
    • Met fietsen ziet u wat van de omgeving en de fiets is dan ook prima geschikt voor een dagtocht of vakantie. U kunt bijvoorbeeld het Pieterpad wandelen. Maar na een week heb je maar een klein stukje gezien. Met de fiets kunt u in een week het hele pad afleggen. Bagage en lunch voor onderweg hoeft u niet te tillen maar gaan gewoon mee op de fiets.

    Nadelen van fietsen:

    Aan fietsen als sport zitten ook wel een paar nadelen.

    • Het spiergebruik op de fiets is nogal eenzijdig. Eigenlijk traint u alleen de bilspieren en het hart-long systeem.
    • Met fietsen traint u niet de lenigheid en coördinatie. Toch ook twee belangrijke aspecten om fit te blijven.
    • Als fietser moet u veel meer rekening houden met het weer dan bijvoorbeeld wandelaars. Daar is een simpele verklaring voor. Door de hoge rijwind verliest u veel meer warmte. Met warm weer erg handig. 25 graden Celcius is voor stevig wandelen al erg warm. Voor fietsen een prima temperatuur door de verkoelende werking van de rijwind. Bij kou en regen echter lastig. Fietst u in een stevig tempo bij 0 graden Celsius dan moet u goed over uw kleding nadenken. Goed inpakken om warm te blijven. Maar het zweet moet ook weg omdat u het anders weer koud krijgt doordat het natte zweet niet weg kan. Een algemeen advies. Geen katoen en meerdere dunne lagen die zweet goed doorlaten en makkelijk aan en uit kunnen.