Op weg naar de Tweede-Kamerverkiezingen (deel 2): Meer investeren in de fiets

Gepubliceerd op 08-02-2017.

Nederland investeert veel te weinig in de fiets. Die conclusie moet je trekken wanneer je naar de harde cijfers kijkt. Van alle ritten maken we een kwart op de fiets. Op de korte afstanden is de fiets zelfs het belangrijkste vervoermiddel. Toch investeert de overheid per Nederlander maar 33 euro per jaar in de fiets, tegen 133 euro aan het spoor en 342 euro aan autowegen (aldus de Agenda Fiets van de Tour de Force). Maar liefst tien keer zo veel aan de auto als aan de fiets dus! Van die investeringen in de fiets nemen de gemeenten het grootste deel voor hun rekening, het Rijk doet alleen mee bij de cofinanciering van stationsstallingen en bij cofinanciering rond snelfietsroutes en benutting bij Beter Benutten.

In het nieuwe rapport van de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur wordt terecht geconstateerd hoe belangrijk de fiets is voor de bereikbaarheid van stedelijke regio's.

Steden zoeken naar manieren om meer ruimte voor de fiets te maken in hun overbelaste openbare ruimte en willen experimenteren met nieuwe oplossingen. Provincies en stedelijke regio's staan te popelen om met hoogstaande snelfietsroutes de bereikbaarheid van hun daily urban systems een impuls te geven en en de autoafhankelijkheid te verminderen. De combinatie fiets-trein is de enige modaliteit die een autonome groei laat zien en kan met ruimere middelen voor het fietsparkeren bij stations veel verder groeien. De opmars van de elektrische fiets is een zegen voor de regio's die met krimp en afnemende bereikbaarheid van voorzieningen kampen. Investeren in een omgeving die uitnodigt tot wandelen en fietsen levert op termijn enorme besparingen op in de gezondheidszorg.

Er is echt alle reden voor het Rijk om veel meer aandacht te geven aan de fiets en er veel meer in te investeren. Voor de huidige looptijd van het Meerjaren Investeringsprogramma Ruimte en Transport (tot 2030) zou het toch mogelijk moeten zijn om per jaar 200 miljoen euro extra uit te trekken voor de fiets. In totaal dus 2,8 miljard. Dat kan door het schrappen van niet-noodzakelijke of uitstelbare en peperdure andere investeringen. Maar ook door te draaien aan de knoppen van de reiskostenvergoedingen.  Veel mensen gaan ook over korte afstanden van minder dan 10 km nog met de auto naar het werk en krijgen daar een  belastingvrije vergoeding voor. De switch van auto naar fiets levert aantoonbaar grote maatschappelijke baten op. Het gebruik van de auto over korte afstanden creëert congestie in en rond de steden en zou fiscaal ontmoedigd moeten worden. Door de reiskostenregeling fiscaal wat minder aantrekkelijk te maken voor de auto - vooral op de korte afstanden - kunnen er geoormerkte extra middelen voor de fiets worden vrijgespeeld. Wanneer dan ook de zorgverzekeraars nog gaan bijdragen aan een preventiefonds kan ook de promotie voor het fietsen naar een veel hoger niveau worden gebracht. Dan hoeven de wegen niet meer dicht te slibben door auto's en de lichamen door te weinig beweging.Beste politieke partijen, waar wacht u op?

Wim Bot, beleidsmedewerker