header_tunnel_koe

Wat zijn de wettelijke eisen aan een kinderkar?

Hieronder staan enkele relevante artikelen uit het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens (RVV).

RVV 1990 Artikel 5
Lid 4. Bestuurders van fietsen op meer dan twee wielen en fietsen met aanhangwagen, die met inbegrip van de lading breder zijn dan 0,75 meter, mogen de rijbaan gebruiken.

Toelichting:
Met een fietskar hoef je dus geen gebruik te maken van het verplichte fietspad. Je mag kiezen. De fietsstrook moet je wel gebruiken omdat je geacht wordt rechts te rijden.

RVV 1990 Artikel 61
Fietsers en bromfietsers mogen slechts kinderen beneden acht jaren vervoeren indien zij zijn gezeten op een doelmatige en veilige zitplaats met voldoende steun voor rug, handen en voeten.

Toelichting:
In het RVV wordt geen melding gemaakt van fietskarren. De voorzieningen zoals die in een fietskar zitten lijken aan de intentie te voldoen van dit artikel om een doelmatige en veilige zitplaats te bieden.


Permanente eisen uit het voertuigreglement
Afdeling 16. Aanhangwagens achter fietsen op twee wielen

§2. Afmetingen en massa’s

Artikel 5.16.6
Aanhangwagens achter fietsen mogen niet breder zijn dan 1,00 m.

§10. Verlichting, lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen

Artikel 5.16.51
Aanhangwagens achter fietsen moeten zijn voorzien van: a. een niet-driehoekige rode retroreflector aan de achterzijde van het voertuig; b. witte of gele retroreflectoren aan de wielen.

Artikel 5.16.54
1. De niet-driehoekige rode retroreflector moet zijn aangebracht uiterst links aan de achterzijde van het voertuig, op een hoogte van niet minder dan 0,35 m en niet meer dan 0,90 m boven het wegdek. 2. De witte of gele retroreflectoren moeten de omtrek van het wiel volgen en op of zo dicht mogelijk bij de velg zijn aangebracht, zodanig dat zij aan beide zijkanten van de aanhangwagen zichtbaar zijn.

Artikel 5.16.55
1. De in artikel 5.16.51 bedoelde retroreflectoren mogen niet zijn afgeschermd. 2. De retroreflectoren mogen geen gebreken vertonen, die de retroreflectie benvloeden. 3. De retroreflectoren moeten zijn voorzien van een door Onze Minister bekendgemaakt goedkeuringsmerk.

Artikel 5.16.57
1. Aanhangwagens achter fietsen mogen zijn voorzien van: a. één achterlicht dat is voorzien van een door Onze Minister bekendgemaakt goedkeuringsmerk; b. één of twee witte retroreflectoren aan de voorzijde van het voertuig; c. ambergele retroreflectoren aan de zijkanten van het voertuig. 2. Aanhangwagens achter fietsen mogen zijn voorzien van extra witte retroreflecterende voorzieningen aan de voorzijde, extra niet-driehoekige rode aan de achterzijde en extra ambergele aan de zijkanten van het voertuig.

Artikel 5.16.64
Aanhangwagens mogen niet zijn voorzien van knipperende verlichting.

Artikel 5.16.65
Aanhangwagens mogen niet zijn voorzien van meer lichten en retroreflecterende voorzieningen dan in de artikelen 5.16.51 en 5.16.57 is voorgeschreven of toegestaan.

Gebruikerseisen uit het voertuigreglement

E. Aanhangwagens achter fietsen op twee wielen

Artikel 5.18.46
Aanhangwagens achter fietsen die bij nacht of bij dag indien het zicht ernstig wordt belemmerd, worden gebruikt, moeten zijn voorzien van een achterlicht dat is voorzien van een door Onze Minister bekendgemaakt goedkeuringsmerk.

Artikel 5.18.47
1. Het achterlicht moet goed werken. 2. Het verlichtingsarmatuur en de onderdelen daarvan moeten deugdelijk aan het voertuig zijn bevestigd. 3. Het glas van het verlichtingsarmatuur mag niet zodanig zijn beschadigd, gerepareerd of bewerkt dat de lichtopbrengst dan wel de functie nadelig wordt beïnvloed. 4. Het achterlicht mag niet zijn afgeschermd.

Artikel 5.18.48
Het achterlicht mag niet anders dan rood stralen.

Artikel 5.18.49
Het achterlicht moet uiterst links aan de achterzijde van het voertuig zijn aangebracht op een hoogte van niet minder dan 0,25 m en niet meer dan 1,20 m boven het wegdek.