Sportief dagelijks fietsen in Rotterdam

Is de stalling aansprakelijk bij fietsdiefstal?

Vogelvrije Fietser, mei 2002

Regelmatig kom ik ze tegen in fietsenstallingen: bordjes waarop staat dat de directie zich niet aansprakelijk stelt voor beschadiging of diefstal van gestalde fietsen. Als advocaat word ik daar niet warm of koud van. Als de directie zich niet aansprakelijk wil stellen, ben ik echt niet te beroerd om dat zelf te doen. Het wordt pas vervelend als er op het bordje staat dat de directie niet aansprakelijk is voor beschadiging of diefstal. Dan hebben we te maken met een regelrechte uitsluiting van aansprakelijkheid. Als bestolen fietseigenaar dreig je dan van een koude kermis thuis te komen. Je hebt de stallinghouder betaald om op je fiets te passen maar als je hem erop aanspreekt dat jouw fiets onder zijn ogen is gejat, haalt hij doodleuk zijn schouders op. Kan dat zomaar?

Dat hangt af van de situatie. Juridisch gezien hebben mensen een grote vrijheid om af te spreken wat ze willen. Maar die vrijheid heeft een grens. Je kunt niet bedingen dat je niet aansprakelijk bent, als je niet hebt voldaan aan de hoofdverplichting van een overeenkomst. Daar wringt in dit geval de schoen. Want als jij je fiets tegen betaling in een bewaakte stalling plaatst, ontstaat tussen jou en de stallinghouder een overeenkomst van bewaarneming. De hoofdverplichting daarvan is dat de stallinghouder goed op jouw fiets past en hem teruggeeft in de staat waarin jij hem bracht. Uitsluiting van aansprakelijkheid is in dit geval dus niet geoorloofd.

Maar er zijn situaties waarin bewaring níet de hoofdverplichting is. Neem het geval dat je een kapotte fiets naar de fietsenmaker brengt. De belangrijkste taak van de fietsenmaker is dan reparatie. Hij moet natuurlijk ook opletten dat de fiets niet verdwijnt, maar dat geldt dan als nevenverplichting. Een ander voorbeeld is dat je een jaarabonnement hebt bij de fietsenstalling van het station. Meestal moet je je fiets dan in een apart gedeelte van de stalling zetten waar je zonder controle naar buiten kunt, zonder briefje dat met een nummertje je fiets identificeert. In feite gaat het dan niet om bewaarneming, maar om verhuur van stallingruimte. In dit soort situaties kan de eigenaar zijn aansprakelijkheid voor diefstal en beschadiging wel degelijk uitsluiten.

Een voorwaarde is wel dat het bord met de gewraakte tekst op een goed zichtbare plaats hangt. En dat er een gegronde reden is voor uitsluiting van aansprakelijkheid, bijvoorbeeld dat men zich als fietsenmaker of stallinghouder niet goed kan verzekeren tegen het risico van diefstal van gestalde fietsen. Tegenwoordig geldt bij verzekeringen tegen diefstal van in bewaring genomen goederen meestal een eigen risico van € 225. Omdat de meeste fietsen minder waard zijn, betekent dit dat de fietsenmakers en stallinghouders zich in feite niet kunnen verzekeren tegen fietsdiefstal. In zo’n geval zal de rechter aansprakelijkheidsuitsluiting toelaten. De directie hoeft zich in dat geval geen zorgen te maken. En de fietseigenaar? Die kan maar het beste een goed slot aanschaffen.

Tekst: August Van