Direct naar inhoud

Interview Alexandra van Huffelen

De Fietsersbond heeft een nieuwe voorzitter: Alexandra van Huffelen (47). Zij is directeur van het GVB in Amsterdam (openbaar vervoer) en daarvoor D66-wethouder in Rotterdam. ‘Alleen activisme past niet meer bij deze tijd.’

Alexandra van Huffelen‘Ik vind het eervol dat ik voorzitter mag zijn van de Fietsersbond. Ik ben zelf een enthousiaste dagelijkse fietser en op vakantie ga ik met mijn man met de tandem op pad. Het is geweldig dat er een vereniging is die zich inspant voor de fietsers en die het fietsen beter, efficiënter en veiliger wil maken. Ik ben onder de indruk van de lokale vrijwilligers die de plannen en beleidsstukken door ploeteren en samen met gemeenten en provincies bezig zijn om het fietsen aantrekkelijker te maken.’

De fiets is populair, vooral in de grote steden. Maar het groeiende fietsgebruik zorgt voor problemen: drukte op het fietspad en een gebrek aan stallingsplaatsen. Hoe moet de Fietsersbond hierop reageren?
‘Het enthousiasme en de gedrevenheid van de Fietsersbond moet je vasthouden. Maar alleen activisme past niet meer bij deze tijd. Je wilt natuurlijk graag je zin krijgen. En je moet zeker helder zijn over de principes waar de Fietsersbond voor staat. Maar als je je alleen bekommert om het fietsen en geen rekening houdt met bijvoorbeeld voetgangers krijg je minder gedaan bij gemeenten. Als je oog hebt voor anderen word je invloedrijker. De steden staan voor een grote opgave en kunnen alle hulp gebruiken. Het wordt steeds drukker in de steden, maar de ruimte neemt niet toe. Hoe moet je dat oplossen? Daar ligt een grote rol voor de Fietsersbond. In Amsterdam bijvoorbeeld. De subsidie van de gemeente voor de afdeling stopt, maar Amsterdam blijft geïnteresseerd in de adviezen van de Fietsersbond. Zo kun je op een andere manier veel gedaan krijgen voor de fietser.’

Alexandra van HuffelenHoe kun je door samenwerking successen behalen?
‘Je moet niet alleen naar het fietsen, maar naar de gehele bereikbaarheid van de stad kijken. Tot nu toe is geprobeerd om iedereen te bedienen. Maar dat past gewoonweg niet meer. De auto slokt in oude binnensteden te veel ruimte op. Dat gaat niet meer. Hoe moet het dan wel? Kopenhagen heeft gezegd: op sommige plekken moet de auto gewoon weg.  Ik denk ook dat de allerdrukste gebieden autovrij moeten zijn. Gemeenten staan voor de taak ervoor te zorgen dat mensen toch overal kunnen komen. De fiets is daarvoor onmisbaar en je zult dedicated fietsgebieden moeten aanwijzen. Dat betekent een duidelijke scheiding tussen wandelen en fietsen. En het OV zal dan ook eigen banen krijgen. Te vaak wordt er gedacht ‘we willen alles accommoderen’, maar dat past gewoon niet meer.’
‘Aan de andere kant zie je in de krimpgebieden dat het fietsgebruik onder druk staat omdat de voorzieningen steeds verder weg zijn. En de bussen rijden leeg rond. Daar kan de elektrische fiets een grote rol spelen. Maar dan moet je wel zorgen voor goede fietspaden, want niemand wil natuurlijk op een 80-kilometerweg fietsen.’

U bent directeur van het Amsterdamse OV-bedrijf en voorzitter van de Fietsersbond. Gaat dat samen?
‘Ik zie geen  tegenstelling. De meeste inwoners van Amsterdam zijn fietser en OV-reiziger. Als het regent, zit het OV bomvol. De vervoermiddelen vullen elkaar aan. Denk aan de nieuwe metrolijn in Amsterdam. Aan de noordkant van de lijn moeten stallingen komen zodat je van de fiets over kunt stappen op de metro. Ik geloof in de combinatie van fiets en OV. Je moet overal op de fiets kunnen komen, maar je moet je afvragen of je daar altijd met je eigen fiets moet komen. Het grappige is dat het witte fietsenplan in Amsterdam is bedacht, maar dat het nooit van de grond is gekomen. Misschien is nu de tijd rijp voor een fietsdeelsysteem.’

Met de fiets gaat het beter dan ooit. Maar de Fietsersbond profiteert hier niet van en moest dit jaar reorganiseren. Hoe nu verder?
‘Het aantal leden groeit, dat is positief. De Fietsersbond moet enthousiast doorgaan met vernieuwing, het bieden van service en het testen van fietsen. Daarnaast is het belangrijk dat de Fietsersbond financieel gezond blijft. De Fietsersbond kan inkomsten verwerven door producten te verkopen en adviezen te geven.  Zo kun je groeien en meer voor fietsers bereiken.’