Direct naar inhoud

Met de speedpedelec naar werk

Paul Strack van Schijndel rijdt al sinds 2017 op een speedpedelec. Ter inspiratie voor anderen om zijn voorbeeld te volgen deelt hij zijn persoonlijke verhaal.

Naar mijn werk. Met de speedpedelec. De straten zijn vrijwel leeg. Het is donker. Ik rijd Eindhoven uit. De weg voert over de Oirschotse Heide richting Tilburg. Een viaduct. Ik zet even aan, het display op mijn stuur blijft net boven de 30 km/u hangen. Bovenop houd ik mijn benen stil, rem af en stop. Schuin onder mij razen de auto’s naar hun uiteenlopende bestemmingen. Ik kijk uit over de A58, de snelweg die Tilburg en Eindhoven met elkaar verbindt. Het is half acht in de ochtend en een niet aflatende stroom voertuigen beweegt in de schemering naar de knipperende matrixborden. In de verte versmalt de A58 tot twee banen en dat leidt steevast tot gedoe en opstopping. Ik kijk toe. In de meeste auto’s bevindt zich slechts één persoon. Ruim 1.000 kilo rollend materieel om die ene persoon ‘van A naar Beter’ te brengen, zoals Rijkswaterstaat dat zelf zo mooi zegt.

De gemiddelde woon-werkafstand in ons land ligt tussen de 15 en 35 kilometer. In het algemeen wonen mensen in de Randstad en Noord-Brabant minder ver van hun werk af, aldus het CBS. De meeste automobilisten die onder het viaduct razen, blijven statistisch gezien beneden die 35 kilometer.

Ik rijd al jaren elke dag 34 kilometer enkele reis met de speedpedelec en kruis dan die A58. Vroeger reed ook ik in een vuile diesel en betaalde elke maand 135 euro aan belasting. Zonder bijrijder, met lege achterbank. Behalve met de belastingdienst, rekende ik elke maand ook keurig af met de verzekeraar, met de brandstofleverancier, de bandenfirma en de garagist die het onderhoud verzorgde. Tel daarbij de afschrijving en de teller eindigde rond de 600 euro per maand. Alles keurig onderbouwd door de rekenmeesters van de ANWB. Maar ik zat wel droog!

Nu rijd ik dus op een speedpedelec en samen wegen we een fractie vergeleken met die auto. De energiekosten vervliegen in de wind. Maar nog belangrijker dan verbruik en kosten is de stijging van mijn reisplezier. Geen files maar frisse wind om mij heen. Stress is een woord uit het verleden. Geen oplichtende remlichten maar sierlijke zwanen en zonnende aalscholvers. Weer of geen weer: de speedpedelec brengt mij binnen het uur op mijn bestemming. Dit transportmiddel doet waarvoor de auto feitelijk is bedoeld. Maar dan op efficiëntere wijze. En dat ik zelf behoorlijk mag meetrappen is de bonus. Mijn gewicht houd ik letterlijk fluitend op peil.

Waarom grijpen zo weinig forensen naar dit wondermiddel? Is het de onbekendheid? De aanschafprijs? Het slechte weer in Nederland? Ja, dat speelt allemaal wel mee. Een beetje. Maar het zijn vooral bestaande financiële prikkels die ons niet aanzetten om te veranderen: “Waarom zou ik mijn leaseauto met minimale bijbetaling laten staan?” Tja, best een sterk argument.

Voor de tweede verklaring volstaat het te wijzen naar huidige wet- en regelgeving rondom speedpedelecs. Het is een rommeltje! Eerst reden we enkele jaren met een blauw plaatje en zonder helm over het fietspad, daarna moesten we met verplichte helm en geel plaatje de rijbaan op. In de ene gemeente moeten we nu op de weg, de andere gemeente hanteert speciale onderborden en gunt ons soms het fietspad. En ondertussen hangt elk adviesorgaan andere standpunten aan. Sommige gemeenten verlenen ontheffingen, zoals Rotterdam, of maken voor de speedpedelec op sommige plaatsen uitzonderingen op de regels, zoals de provincies Gelderland en Utrecht.

Eerlijk is eerlijk: het is geen gemakkelijke puzzel. Het is vol op de fietspaden, zeker in de steden. En een snelle fiets erbij, leidt tot frictie. Maar de huidige, vooral landelijke, politiek doet geen recht aan de speedpedelec. Verschillende lagere overheden vroegen de minister al in 2018 “om snel met veilige en eenduidige regels” te komen. Nu zijn we zes jaar verder, de minister heeft niet bewogen. Gaat het om de speedpedelec, dan kiest de Nederlandse wetgever voor maatregelen die het enthousiasme voor dit energiezuinige en milieuvriendelijke transportmiddel de grond in boren. Treurig. Terwijl het wel kan. Zie de Belgische overheid. Die slaagt erin met interessante fiscale maatregelen veel forensen uit de auto en op de fiets te krijgen. Het aantal speedpedelecs in Vlaanderen is ongekend hoog.

Tilburg komt in zicht. Ik ben bijna op mijn werk. Na vijftig minuten genieten van het buitengebied, proberen enkele verkeerslichten mijn humeur te bederven. Tevergeefs. Heerlijk gefietst. Ik parkeer de bolide op mijn vaste plek en steek de oplader in het stroompunt. Zo kan ik vanmiddag weer met volle accu terug naar huis.