Direct naar inhoud

Stallende fietser is gemakzoeker

Gepubliceerd op:

‘Ze zetten hun fiets het liefst onder aan de roltrap’

Wat vinden fietsers belangrijk bij de keuze voor een stallingsplek? Dat ze zo dicht mogelijk bij hun bestemming staan, blijkt uit onderzoek en uit de praktijk. Soms zorgt dat voor asociaal stallingsgedrag.

De duizenden gestalde fietsen in en naast de rekken bij Utrecht CS doen chaotisch aan, maar Maaike Stouten weet nog exact wáár ze haar fiets drie dagen geleden heeft neergezet. Toch is ‘ie deze maandagochtend weg. ‘Dat wordt dus wéér naar het depot en 13 euro betalen’. Ze is absoluut geen asociale staller, vindt ze zelf. ‘Ik zet ‘m altijd tussen andere fietsen en binnen de witte lijnen. Maar ik heb wel altijd haast, dus zet ik ‘m zo dicht mogelijk bij het station.’
Ze heeft haar fiets al twee keer eerder bij het gemeentelijke fietsdepot opgehaald: ‘Ik denk dat andere mensen ‘m gewoon omgooien of ergens zetten waar ie niet mag staan en dan wordt ie weggehaald door de gemeente. Heb ik dus pech.’ Ophalen bij het fietsdepot moet gratis zijn, vindt ze.

Nooduitgang versperren
De fietsparkeerchaos rond treinstations en in stadscentra is een groot probleem, vinden bestuurders en politie. Het is soms onveilig omdat nooduitgangen of doorgangen worden versperd ‘en in onze mooie monumentale binnenstad vinden we het geen fraai gezicht, al die kriskras gestalde fietsen’, zegt een woordvoerder van de gemeente Maastricht.
De chaos komt vooral door een tekort aan goede stallingsplekken op de populairste plaatsen, erkent iedereen. Daar wordt aan gewerkt. Ondertussen zijn er noodoplossingen: lege winkel- en kantoorpanden worden als fietsenstalling ingericht en het Belgische Movilo heeft een gat in de markt ontdekt met de verhuur en verkoop van mobiele fietsenrekken op trailers. Daarnaast hebben de meeste (studenten)steden een actief opruimbeleid: elke dag laden toezichthouders foutief of gevaarlijk gestalde fietsen op platte vrachtwagentjes en verplaatsen die naar een depot. In Maastricht kun je hem daar gratis ophalen, in Tilburg en Amsterdam kost het een tientje, in Utrecht betaal je 13 euro.

Slijptol
Ook al zijn er straks overal duizenden fietsparkeerplekken rond de stations, de fietsenchaos is daarmee nog steeds niet opgelost, verwacht Erik Suik, woordvoerder bij de gemeente Utrecht. ‘Dus spreken onze toezichthouders mensen aan, en willen we bewustwording creëren. Er is een gedragsverandering nodig bij de fietsers.’
Zijn fietsers asociale stallers? ’Als ik  met een ploeg handhavers rondom Utrecht CS meeloop, schrik ik. Hoe dichter bij de entree naar het station, hoe groter de puinhoop. Voor de nooduitgangen, voor een kast met een sticker van een brandblusser erop, dwars op het rek zodat andere gestalde fietsen geblokkeerd worden, half over het fietspad.’ ‘Elke dag zien we hetzelfde’, zegt toezichthouder Sener Ozturk: ‘We zetten fietsen overeind. Verplaatsen ze naar de klemmen en proberen ruimte te maken. Dat lukt ’s ochtends rond 07.00 uur nog aardig, maar als het om 11.00 uur overvol staat en het een puinhoop wordt, komt de slijptol er aan te pas.’ Vallen fietsers op te voeden? Toezichthouder Ron Herlaar: ‘Welnee. Ze willen allemaal hun fiets het liefst onderaan de roltrap naar het station zetten.’

Extra reistijd
’Klopt,’ zegt Loes Verplancke. Dichtbij stallen is heel erg belangrijk voor iemand die elke dag met de trein mee moet, zoals zij. ‘Voorheen had ik een betaald abonnement in de stalling onder de sporen. Dat was prima, ik wil best betalen. Maar de nieuwe stalling vind ik te ver liggen van de treinen. Dan moet ik elke dag met tien minuten extra reistijd rekening houden, dat vind ik idioot.’
Dus zoekt ze nu elke dag een plek zo dicht mogelijk bij de entree naar Utrecht CS, dit keer in een donkere expeditiestraat onder Hoog Catharijne. ‘Ik let er echt op dat ik de nooduitgang vrij houd en dat ‘ie tegen de muur staat, niet half over de stoep of op de weg. Maar het is afwachten of m’n fiets er vanavond nog staat.’
Ze is beslist geen asociale staller, zegt ze. ‘Als ik een omgevallen fiets zie, zet ik ‘m overeind.’ Maar dat doet niet iedereen, realiseert ze zich. En als een ander haar fiets omgooit, is die ‘s avonds wel weg. Meegenomen door de slijpploeg. Gebeurde al verschillende malen.

Iran
De meeste fietsers verkiezen een plekje midden in een fietsenchaos in de open lucht boven een kwaliteitsklem in een overdekte stalling, áls die eerste maar dicht bij hun bestemming is.
Dichtbij, dát vinden fietsers het allerbelangrijkst bij de keuze van een stallingsplek, ontdekte Maryam Monirifar. De uit Iran afkomstige studente deed begin dit jaar aan de Universiteit Twente onderzoek naar een typisch Hollands fenomeen: fietsparkeren. Waarom kiezen fietsers voor een bepaalde plek om hun fiets neer te zetten, was haar centrale vraag. Ze enquêteerde bijna 300 fietsers op twee drukke locaties in Enschede.
Uit haar onderzoek blijkt dat dichtbij de bestemming voor de meeste fietsers doorslaggevend is bij de keuze voor een stallingsplek. Gratis en altijd bereikbaar zijn ook belangrijk. Een bewaakte stalling bij het station was bijvoorbeeld niet zo populair vanwege de beperkte openingstijden. Is het belangrijk of ergens al andere fietsen staan, of er toezicht is, of dat een bepaalde plek chaotisch oogt door lukraak gestalde fietsen? ‘Absoluut niet belangrijk’, vonden de ondervraagden. Fietsers kijken vooral naar wat handig is voor henzelf.

Van deur tot deur
Het grote voordeel van fietsen is nu eenmaal dat van deur tot deur-principe, zegt de Utrechtse Hedwig Neggers. Net als andere fietsers die we ernaar vragen, zet zij haar fiets het liefst voor de deur van de winkel of organisatie waar ze moet zijn.
Lotta Deinum denkt er hetzelfde over: ‘Als ik bij een winkel in het centrum moet zijn en erin en eruit ga zet ik ‘m snel tegen de gevel aan. Als ik lang in de stad blijf, zoek ik wel een goede plek. In een klem of in zo’n gratis ondergrondse stalling.’
’Als je wilt dat fietsers hun gedrag veranderen en hun fiets in een stalling zetten, dan moet je dat heel aantrekkelijk maken en dat luistert nauw’, stelt Wim Bot, beleidsmedewerker bij de Fietsersbond. ‘Bij de openbare bibliotheek in Amsterdam zit het onlogisch in elkaar: je stalt je fiets en moet buitenom naar de ingang van de bibliotheek. Dat willen mensen niet, dus gebruiken ze de stalling niet.’
Stallingen moeten goed zichtbaar zijn vanaf de straat en kwalitatief hoogwaardige looproutes hebben naar bijvoorbeeld winkels of een station, adviseert Bot. Door trucs uit de gedragspsychologie toe te passen valt er ook nog wel winst te halen, ziet hij. ‘Witte vakken die aangeven waar je een fiets wél mag zetten, dat werkt. De mens is een kuddedier. Als ergens één fiets staat, volgen er meer. In Groningen hebben ze rode lopers om de entree naar winkels vrij te houden. Dat werkt ook.’

Beter nadenken
Het soms asociale stallingsgedrag is een probleem, ziet Bot. Niet elke fietser is zich ervan bewust dat een fiets soms de doorgang belemmert voor hulpdiensten, rolstoelers of kinderwagens. Fietsers moeten beter na gaan denken voor ze hun fiets lukraak ergens neerzetten. ‘Het onderscheid tussen kort en lang parkeren moet bij fietsers ook beter tussen de oren komen. Als je een hele middag de stad in gaat, kun je een fiets beter in een stalling zetten. Als iedereen dat doet en er zijn genoeg stallingen op goede lokaties, dan is er ook ruimte om voor even snel een boodschap je fiets wél voor een winkel te zetten.’

Tekst: Anka van Voorthuijsen
Beeld: Maarten Hartman

Categorieën