Direct naar inhoud

Esra: ‘Ook als ik moe ben zet ik door’

Fenna Riethof
Gepubliceerd op:

Achtstegroeper Esra van de Meent (11) is door haar vader aangestoken met het wielrenvirus. Officieel is ze te jong voor de wielerclub, maar mééstal houdt ze de rest goed bij.

Woonplaats: Mook

Zit in groep 8

Aantal fietsen: ‘Vier. Een gewone fiets, een mountainbike en twee wielrenfietsen – eentje is geleend van de wielerclub.’

Mooiste fietsherinnering:  ‘De drie fietsvakanties met mijn vader. Elke keer vertrokken we van huis. We gingen richting mijn moeder die ergens anders in Nederland was. Twee dagen duurde het. Onderweg sliepen we bij opa en oma.’

Hoe ben je met wielrennen begonnen?

‘Papa wielrent veel. Hij vroeg mijn oudere broer drie jaar geleden of hij mee wilde op fietsvakantie. Hij wilde niet, toen vroeg ik: ‘Mag ík dan mee?’ Daar moest papa over nadenken. Het mocht, maar alleen als ik een beetje zou trainen met mijn mountainbike. Ik vroeg of ik een wielrenfiets mocht als de fietsvakantie goed ging.’

Die is dus goed gegaan?

‘Twee keer negentig kilometer kon ik gewoon. Papa en mama namen me na afloop als verrassing mee ergens naartoe. ‘Toch niet naar iets sáááis?’ vroeg ik, want ik vind veel dingen saai. We gingen een tweedehands wielrenfiets ophalen. Ik was superblij. In het begin hield ik het stuur nog op de mountainbikemanier vast. Maar het wende snel.’

Wat vind je leuk aan wielrennen?

‘Wielrennen is gezellig. Als je samen mountainbiket fiets je op een rijtje. In het wielrenclubje kan ik altijd met iemand kletsen. Behalve als het waait, dan sleept de wind je woorden mee.’

  • 50 jaar Fietsersbond

    De Fietsersbond maakt zich al 50 jaar sterk voor fietsgeluk. Zo maken we Nederland schoner, gezonder en… gelukkiger!

Vertel eens over je wielrenclubje?

‘Ik zit sinds vorig jaar bij de lokale wielervereniging. Dat mag officieel pas vanaf twaalf jaar, maar papa zat erbij en ik had al wat ervaring. Mijn lengte heeft er misschien ook mee te maken. Ik ben best lang, 1 meter 65 of zo. Elke zondag rijden we iets van vijftig kilometer. Meestal hou ik de rest van de jeugdgroep goed bij.’

Meestal?

‘Alleen in de bergen is dat lastig. We waren op wielrenkamp in Limburg. De berg van het Drielandenpunt was echt steil met veel bochtjes. Ik was als laatste boven. Tijdens het klimmen denk ik vooral negatief: waarom kan ik het niet? Maar ik kan het wél! Alleen in een ander tempo dan de rest.’

Hoe heb je het volgehouden?

‘Je moet nooit afstappen op een helling, dan lukt opstappen niet meer. Ik ben doorgegaan tot ik boven was. Ook als ik moe ben zet ik door. Ik word niet meer geduwd door de wegkapitein – de volwassene die mee is. Die moedigt me alleen aan. Dat helpt.’

Heb je wielrendoelen?

‘Vijf keer een rotonde rond en tien keer een Kerkstraat door – om af te vinken op de bingokaart van de jeugdgroep. O, persoonlijke doelen bedoel je. Die heb ik niet. Wel wil ik graag vaker op fietsvakantie met papa. Het liefst met een tentje en dan kamperen.’

Foto: Corné Sparidaens

50 jaar Fietsersbond: fietsers in het zonnetje

We vieren met 50 portretten dat we in een fietsland leven met miljoenen gelukkige fietsers, ieder met eigen fietsdromen en herinneringen. Neem de nieuwe fietsers. Zij ontdekken wat fietsen voor hen kan betekenen. Of ze nou jong op de racefiets stappen of dat ze in een nieuw land naar nieuwe bestemmingen rijden over onbekende fietspaden. Lang leve de vrijheid!

Deel deze pagina