Direct naar inhoud

Fietsopvoeding 1

Teja Bottema en dochter Loes: ‘Ik vind het goed dat ze leren afzien.’  

Teja Bottema en haar man hebben twee kinderen: Loes en Floor. Toen ze klein waren, woonden ze in Apeldoorn.

Lachende vrouw in paarse jas kijkt naar vrouw met pet en fiets met op de achtergrond het IJ in Amsterdam.
Teja Bottema en Loes (r)

Teja Bottema (68 jaar)

‘We hadden een tijd geen auto, dus we deden heel veel op de fiets, bijvoorbeeld naar Bussloo om te zwemmen. Dat was negen kilometer verderop. Dan ging er één achterop en één zelf fietsen, en dan wisselden ze om de zoveel kilometer. Ook vriendinnetjes gingen wel mee.
Tot hun negende begeleidden we de kinderen op de fiets; we hadden ook een soort ploegendienst met andere ouders. Dat was omdat we gehoord hadden dat kinderen tot hun negende een soort tunnelvisie hebben en de zijkanten niet zien. Maar vanaf hun negende zelfstandig op de fiets, hoor. Dat hoort bij de schijf van vijf voor de opvoeding.
Naar de middelbare school en naar de dansopleiding gingen ze ook altijd op de fiets. En als het regende, dan riep ik: dan trek je maar een regenpak aan. Ja, dat deden ze niet, want dat vonden ze stom.’

Was je bezorgd toen ze zelfstandig gingen fietsen?

Twee meisje met volgepakte fiesten voor ene heg bij een garage.
Loes en Floor als kinderen met volgepakte fietsen.

‘Later wel, toen ze op de middelbare school zaten en ’s nachts alleen uit de stad kwamen. Dat was een route langs een bedrijventerrein en een parkachtige omgeving. Als ze alleen moesten fietsen, moesten ze mij bellen en sprong ik op de fiets of in de auto met de Twinny Load achterop.’

Zou je de fietsopvoeding nu anders doen?

‘Ik zou het precies weer zo doen. Ik vind het goed dat ze leren afzien, dat ze doorzettingsvermogen ontwikkelen. En ook dat ze ontdekken dat het leuk kan zijn tegen de wind en de regen in te fietsen!’   

Loes (33 jaar)

Twee vrouwen in winterjassen bij het IJ in Amsterdam.
Teja Bottema en Loes

‘Wij gingen overal op de fiets naartoe, in weer en wind. Ik heb dat fietsen wel vervloekt. Dan gingen we zwemmen bij Bussloo, natuurlijk op de fiets. Dat was echt vet ver!’

Vind je achteraf dat je moeder te streng was qua fietsopvoeding? 

‘Ik vind het goed dat een kind leert dat de fiets de standaardoptie is. We konden ook gemakkelijk overal naartoe fietsen, want het was allemaal niet zo heel ver.
Op de basisschool was mijn moeder wel heel streng op de helm. Ik vond dat stom. Niemand had een helm op. Op de middelbare school deed ik die helm niet meer op. Dan reden we in een hele stoet met z’n drieën naast elkaar en hingen aan elkaars armen. In Amsterdam, waar ik nu woon, zie je minder vaak zo’n stoet. Wel dat er één op een e-bike fietst en de andere eraan hangt.’

Had je vroeger een e-bike willen hebben?

‘Nee. Dan ga je op de e-bike en moet je ’s avonds weer naar de sportschool. Maar ik had in mijn klas ook kinderen die zeventien of twintig kilometer moesten fietsen. Dan kan ik me wel weer voorstellen dat een e-bike fijn is. Ik weet ook niet wat ik zou hebben gedaan als iedereen in je klas een e-bike heeft. Iedereen is gevoelig voor groepsnormen.’

Is de fietsopvoeding geslaagd? 

Drie vrouwen in winterjassen voor het IJ in Amsterdam.
Teja Bottema en dochters Loes (r) en Floor in Amsterdam

‘Jazeker, afgezien van die helm dan. Het grappige is dat mijn zusje nu zegt: je moet een helm op. Die heeft die rol van mijn moeder overgenomen. Op de racefiets heeft ze ook wel een punt. Dan draag ik ook een helm.’

Blijft Nederland Fietsland nr 1?

Tuurlijk! Maar niet vanzelf, we hebben jouw hulp hard nodig.

Deel deze pagina

Een lijst met artikelen