Direct naar inhoud

Column Esther van Garderen: Groundhog Day

Esther van Garderen
Gepubliceerd op:

Vorige week fietste ik lekker op mijn OV-fiets in het voorjaarszonnetje naar mijn afspraak in een andere stad. Tijdens het fietsen heb ik vaak momenten van bezinning, ook nu weer. Nu ik vijf jaar bij de Fietsersbond werk, kwam het gevoel van Groundhog Day op. In april komen twee dingen jaarlijks terug: voorjaarsmoeheid en het nieuws over het aantal omgekomen fietsers in het verkeer.

Die voorjaarsmoeheid verdwijnt gelukkig snel na een fietstocht in het mooiere weer. Maar het jaarlijkse nieuws over het aantal verkeersslachtoffers? Elk jaar opnieuw worden gezinnen, vriendengroepen en gemeenschappen opgeschrikt door onherstelbaar en blijvend leed door het verlies van hun dierbare door een aanrijding in het verkeer. De publieke reactie op het aantal fietsdoden varieren van onverschilligheid tot blaming the victim. Ook deze week maken we ons bij de Fietsersbond weer op voor wat er komen gaat. Want al jaren zien we een verontrustende ontwikkeling: terwijl het totaal aantal verkeersdoden daalt, neemt het aandeel van fietsers onder de slachtoffers toe. Met name onder ouderen stijgt het aantal dodelijke fietsongevallen.

Onverschilligheid

Als zoveel mensen door criminaliteit om het leven zouden komen, stonden de kranten er vol mee en zouden er spoeddebatten in de Tweede Kamer worden aangevraagd. Maar kijk naar de cijfers: het aantal mensen dat door geweld omkomt, daalt al jaren. In 2023 kwamen 125 mensen om door een geweldsdelict (tegen 240 in 1996).

In datzelfde jaar (2023) vielen er 684 verkeersdoden. In 1996 waren dat er nog 1.198. Dus ja, het totaal aantal verkeersdoden is gedaald. Maar kijk je specifieker, dan zie je iets anders: voor automobilisten is het veiliger geworden, maar fietsers zijn juist kwetsbaarder geworden. De auto is veiliger dan ooit – voor de inzittenden. Niet voor zijn omgeving: fietsers en voetgangers.

De maatschappelijke kosten van verkeersonveiligheid bedragen zo’n 33 miljard euro. De menselijke kosten? Die zijn onbetaalbaar. Toch blijft collectieve verontwaardiging hierover uit en worden verkeersslachtoffers gezien als een soort natuurverschijnsel. Politici die in verkiezingstijd roepen dat iedereen veilig over straat moet kunnen, bedoelen zelden verkeersslachtoffers.

Dus gaat er een fractie van de inzet van justitie naar verkeershandhaving, en investeren we nauwelijks in veilige infrastructuur. Sterker nog, dit kabinet stopt er na dit jaar zelfs helemaal mee, maar houdt wel vast aan het doel om het aantal verkeersslachtoffers in 2030 te halveren. Gratis bier bestaat niet – gratis verkeersveiligheid ook niet.

Blaming the victim

De tweede categorie is de schuld bij de fietsers neerleggen: blaming the victim. Zoals “fietsers moeten zich veel meer aan de regels houden”. Op zich waar, maar gaat aan de oorzaken voorbij.

Bij de Fietsersbond krijgen we regelmatig de vraag waarom we niet vóór een helmplicht zijn. Simpel: een helm voorkomt geen aanrijding. En dat is precies waar het om draait. We zijn zeker niet tegen fietshelmen. Sterker nog, we vinden het prima, dat steeds meer senioren er een dragen. En ja, in risicovolle situaties is het slim er een op te zetten. Maar de eenzijdige focus op de helm leidt af van waar het écht om gaat: snelheid en veilige infrastructuur. Wat we nodig hebben, is een omgeving waarin je een helm eigenlijk niet nodig hebt.

Wat wél werkt

We zouden de Fietsersbond niet zijn, als we niet met oplossingen komen. Dus hierbij ons (wel gratis) advies:

Ja, dat kost inderdaad geld, maar het aantal verkeerslachtoffers is géén natuurlijk verschijnsel, maar een politieke keuze.

Lees andere columns

Deel deze pagina

Een lijst met artikelen