NEN-normen zeggen niet veel over de kwaliteit

Zijn fietsen te slap voor Nederlanders?

Nederlanders fietsen elke dag, in weer en wind. Fietsen kunnen daar niet altijd goed tegen. Kan de kwaliteit van fietsen niet verhoogd worden? ‘Het belang van de industrie is dat de normen laag blijven.’

Gebroken frame

Een paar jaar geleden kocht ik een Follow Me-tandem. Een prachtige Zwitserse vinding, waarmee je een kinderfietsje aan de fiets van een volwassene kunt vastkoppelen. Veel plezier mee gehad. Ik verwachtte Zwitserse degelijkheid. Maar de boutjes knapten vrij snel en op het eind was een scharnierend deel volledig weggesleten. Dat had ik niet verwacht.

Follow Me-tandem

‘Het lijkt erop dat de Hollander wat intensiever gebruikmaakt van zijn Follow Me dan de Zwitserse uitvinder voor ogen had’, mailde de importeur toen ik om opheldering vroeg. De uitvinder had waarschijnlijk een zonnig zondags familietochtje in gedachten. Maar Nederlanders fietsen dagelijks in weer en wind. De importeur wilde de Follow Me-tandem wel repareren, maar ik besloot een nieuwe te kopen. Opvallend: alle onderdelen die waren afgebroken, zijn nu veel steviger.

Kwaliteit fietsen

Ik ben niet de enige Nederlandse fietser die fietsen en fietsproducten zwaarder belast dan de fabrikant had voorzien. ‘Als een product het in Nederland uithoudt, is het goed voor de rest van de wereld’, zegt Joris Kok van Kok Fietsen in Utrecht. ‘Nederland is een eiland. Wij fietsen heel anders. Wij fietsen elke dag, in alle weersomstandigheden. Daar zijn veel fietsen niet op gebouwd. Want in andere landen fietsen mensen af en toe een stukje. Ik heb het in het verleden gemerkt met een groot vouwfietsenmerk. Bij één van hun vouwfietsen was een onderdeel niet goed. Maar men wilde de productie toen niet alleen voor de Nederlandse markt aanpassen. En alleen uit Nederland kwamen er klachten.’
Kok kiest de fietsen die hij verkoopt zorgvuldig uit. ‘Ik wil geen rommel verkopen, want dan verkoop ik geen fietsplezier. Voor ik een nieuw merk ga verkopen, wil ik eerst zelf bekijken hoe de fiets in elkaar zit en ik wil hem testen.’

Bagagedrager te zwak

Dat een wereldwijd opererende fabrikant niet stilstaat bij het feit dat Nederlanders vrij groot en sterk zijn en hun fiets dagelijks gebruiken, is niet heel verbazingwekkend. Maar je zou verwachten dat Nederlandse merken hun fietsen wél stevig genoeg maken.
Tjitske Voet uit Bergen op Zoom, bijvoorbeeld, ging ervan uit dat ze haar driejarig dochtertje Kaja (15 kilo) wel achter op de fiets mee zou kunnen nemen. Ze had een modieuze Van Moof-fiets aangeschaft en liet er meteen een zitje op zetten. Dat ging niet goed. Voet: ‘Het is met bouten en al uit het frame gebroken.’ Kaja’s rugzakje brak de val en het liep gelukkig allemaal goed af.

Het NEN 14872-keurmerk

Van Moof heeft een andere fiets aangeboden en een bos bloemen gegeven voor de schrik. Maar Tjitske is er toch verbaasd over dat de bagagedrager van haar stadsfiets zomaar afbrak. Hoe kan dat nou? ‘Wij zijn zeer geschrokken van het voorval’, mailt Taco Carlier van Van Moof. ‘Wij besteden altijd de grootste zorg aan de veiligheid van onze producten en de veiligheid staat altijd voorop.’ Carlier zegt dat de drager geschikt is voor een gewicht tot 25 kilo. ‘Dit staat heel duidelijk op de drager vermeld: ‘MAX 25 KG’. Wij hebben het NEN 14872-keurmerk op de drager, getest door een gecertificeerde fabrikant. Dat is een internationale certificering voor de drager tot 25 kilo. Het gebruikte kinderzitje in dit betreffende geval is de GMG 911; ik heb met GMG/ Yepp gebeld. In de handleiding van dit kinderzitje staat vermeld dat het zitje alleen geïnstalleerd mag worden op dragers die een minimale last kunnen verdragen van 35 kilo. Het zitje had dus niet op onze achterdrager gemonteerd mogen worden.’
Carlier belt later om uit te leggen dat het niet alleen om het gewicht van het kind en het zitje gaat. ‘Als een kind achteroverleunt is de belasting heel anders, veel zwaarder. Daarom heeft de fabrikant van het zitje die eis van 35 kilo gesteld.’
Zou je dan niet marge in moeten bouwen om er zeker van te zijn dat de drager veel kan weerstaan? ‘Er ís een enorme marge’, zegt Carlier. ‘Tijdens de test wordt de drager heel heftig belast, onder allerlei omstandigheden.’ Carlier benadrukt nogmaals het voorval heel vervelend te vinden. En zegt dat er verder geen enkele klacht over de drager is geweest.

Claims vermijden

‘Kinderen wiebelen en leunen altijd achter op een fiets. Een drager mag niet zomaar in zijn geheel afbreken waardoor het kind met zitje en al op de grond valt’, zegt Kees Bakker (TestKees) van de Fietsersbond over de afgebroken drager. ‘Ik denk dat het om een ontwerpfout gaat. Als bij andere dragers iets stuk gaat, blijft een drager altijd wel op één punt vastzitten. Bij dit ontwerp, waar de drager met vier bouten in het frame vastzit, kan een schade – één of twee bouten die losraken – gemakkelijk onopgemerkt blijven. Vervolgens valt de drager er ineens af, wanneer de twee resterende bouten het begeven. De fabrikanten van de fiets en het zitje wijzen naar elkaar om van de schuld af te komen. Ze gebruiken de NEN-norm om zich te vrijwaren van claims.’
Bakker heeft de testmethode voor dragers bestudeerd. ‘In de norm voor dragers wordt niet getest op een belasting door kinderzitjes. Er wordt een gewicht precies in het midden van de drager geplaatst. Maar het gewicht van een kind in een zitje drukt meer op de achterste helft van de drager. Ook wordt geen rekening gehouden met weersomstandigheden. Nederlanders fietsen ook in de winter wanneer er zout gestrooid wordt. Dan heb je meer last van corrosie.’
Volgens Bakker zeggen normen niet zo heel veel over de kwaliteit. ‘Het voornaamste doel van de NEN-norm is aansprakelijkheidsclaims vermijden. Die NEN-normen waar Van Moof naar verwijst worden opgesteld door een commissie waar vijftien leden in zitten. De fietsindustrie domineert met elf leden in die commissie. De mensen die erin zitten, hebben er belang bij om de eigen stand van techniek tot norm te verheffen. Elk land heeft zo’n commissie en zij beoordelen de Europese normen om vervolgens tot een gezamenlijke Europese norm te komen.’

Gescheurde frames

Otto Beaujon, een journalist die tientallen jaren de fietsindustrie heeft gevolgd, stelt ook dat je aan die normen niet veel hebt. ‘Het belang van de industrie is dat de normen laag blijven. In kwesties van productaansprakelijkheid geldt: hoe lager de norm, hoe beter.’
Volgens Beaujon borduren de normen voort op de verouderde testmethoden. ‘Je had begin jaren zestig DIN-normen (Duitse tegenhanger van de Nederlandse NEN-normen, red.) voor de fietsindustrie. Daar hoorde een stelsel beproevingen bij die bij die tijd pasten. In die tijd waren bijna alle voorvorken van staal. Zo’n voorvork werd in een bankschroef gezet. Daar werd 100 kilo aan gehangen en de vork mocht dan wel buigen, maar niet breken. Deze manier van testen is een statische belasting op de onderdelen.’
Dat klinkt goed, maar het kan beter. Beaujon: ‘Het Franse merk Look zei: ‘We maken carbon vorken en we hebben niets aan die norm.’ Zij hebben de lat hoog gelegd en zijn niet statisch, maar dynamisch gaan testen. Ze lieten een gewicht vallen op de vork en ze verhoogden het gewicht telkens met een kilo. Ze begonnen bij 100 kilo en dat ging door tot tussen de 800 en 1500 kilo. Jammer genoeg heeft een commissie die voor de Europese normen voor fietsen verantwoordelijk was ervoor gekozen om de oude statische belasting op onderdelen tot norm te verheffen. Dat is in 2004 gebeurd.’ Volgens Beaujon heeft de ‘commissie van wijzen’ vooral de fietsindustrie gediend, die belang heeft bij lage normen.

 

Fietsverkoper Joris Kok ziet in zijn werkplaats de gevolgen van de lage normen. ‘Ik krijg de indruk dat alles wat wielen heeft gewoon verkocht mag worden. Mensen komen hier met goedkope bakfietsen van bakfietsweb waarvan het frame is gescheurd. Of een goedkoop fietskarretje van de Hema waarvan de koppeling stuk is.’ Dat biedt Kok natuurlijk de gelegenheid om uit te leggen dat het loont om goede spullen te kopen. En verder zal je als fietskoper voorlopig op je eigen inzicht moeten afgaan om te beoordelen of een fiets of een fietsproduct sterk genoeg is. Op de officiële normen kun je niet altijd vertrouwen.

Categorieën

Michiel Slütter

Michiel Slütter

Hoofdredacteur

De fiets is zo vanzelfsprekend dat bijna vergeten wordt hoe bijzonder het is dat er zoveel wordt gefietst. Ik doe verslag van alles wat met fietsen en onze fietscultuur te maken heeft. Voor de Fietsersbond ben ik als hoofdredacteur cross media eindverantwoordelijk voor fietsersbond.nl en ons magazine de Vogelvrije Fietser.