Regels zijn nog wel ‘een dingetje’

Eritreeërs nemen Afrikaanse fietscultuur mee

‘Met Syriërs zou ik dit niet zo snel kunnen doen’

eritreeers op de fiets

Eritreeërs zijn fervente fietsers, merkte inburgeringscoach Paul Driest uit Den Haag. Dus gaat hij geregeld met ze fietsen. ‘Het lijkt me wel wat om met hen een fietsfoodtruck met Eritrees eten te beginnen.’

Als het eerste duinheuveltje nadert, zet Bereket plots aan en begint te sprinten. Hij kijkt achterom: niemand kan hem bijhouden. Boven op de heuvel steekt hij een arm omhoog. Wéér gewonnen. Maar hij is dan ook de enige op een racefiets.
We zijn onderweg van Den Haag naar Scheveningen. Met zeven Eritrese vluchtelingen, onder wie Bereket Russom (30), plus een Soedanees en een Ugandees. Om haring te eten en de pier te beklimmen. Inburgeren. Hoe kan dat in Nederland beter dan op de fiets, zegt begeleider Paul Driest (38). De Hagenaar is inburgeringscoach bij het taalinstituut Up2Learn in Den Haag en ‘geboren op de fiets’. ‘Ik ben opgegroeid in een autovrij gezin, heb zelf ook geen auto.’ Vorig jaar ging Driest voor het eerst fietsen met zijn cursisten, Eritrese statushouders uit Den Haag en omgeving; uitstapjes naar onder meer het Mauritshuis en de UrbanFarmers. Soms is de groep wel twintig man sterk.
De berichtgeving over inburgering is de laatste tijd vaak negatief, merkt Driest, zeker als het gaat over Eritreeërs, die zich maar moeilijk zouden ‘aanpassen’. ‘Maar deze groep is juist ontzettend gemotiveerd, zeker als het op fietsen aankomt. Met Syriërs zou ik dit niet zo snel kunnen doen. Eritreeërs houden ontzettend van fietsen, passen wat dat betreft prima bij Nederland. Ze komen ‒ weer of geen weer ‒ ook allemaal op hun eigen fiets, andere groepen vaak met het ov.’

Bereket Russom
Amateurrenner Bereket Russom uit Eritrea Beeld:

Rolmodellen
De Eritrese vluchtelingen nemen hun Afrikaanse fietscultuur mee naar Nederland. In het land met zo’n zes miljoen inwoners in de Hoorn van Afrika werd voor Afrikaanse begrippen al redelijk wat gefietst, zeker in de hoofdstad Asmara, maar de laatste jaren neemt het aantal fietsers sterk toe. Een belangrijke katalysator zijn Eritrese beroepsrenners die het opvallend goed doen in internationale koersen. Het zijn rolmodellen voor zijn cursisten, merkt Driest. ‘Eerst had je de hardlopers, nu de wielrenners.’
Grootste rolmodel is Daniel Teklehaimanot (28), die vriend en vijand verbaasde door in de Tour de France van 2015 vijf dagen het bergklassement aan te voeren. De eerste Afrikaan in de bolletjestrui. Ooit.
Bereket Russom heeft in Asmara, waar hij vandaan komt, nog samen in een ploeg gefietst met Teklehaimanot. Een paar jaar lang was hij wielrenner. Vele wedstrijden reed hij in Eritrea. Zijn fiets destijds: een 2005 Trek Madone, zo vertelt hij op het Haagse kantoor van Up2Learn. Zijn specialiteit: sprinten. Nog steeds is hij bevriend met Teklehaimanot. Via Facebook houden ze contact.

Fietsen als ontsnapping
Fietsen is niet vanzelfsprekend in Afrika. Wel in Eritrea. Dit is vooral te danken aan de Italiaanse kolonisator van weleer. Volgens de overlevering introduceerde in 1910 een Italiaanse soldaat de eerste fiets in het land grenzend aan Soedan, Djibouti en Ethiopië: het begin van een ‒ voor Afrikaanse begrippen ‒ bloeiende fietscultuur.
Vanaf het moment dat wielrenner Daniel Teklehaimanot in 2012 deelnam aan de Olympische Spelen beleefde de Eritrese fietscultuur een wedergeboorte. In zijn wielspoor volgden andere succesvolle renners als Natnael Berhane, Mekseb Debesay en Merhawi Kudus. Wielerorganisatie UCI zette de Giro d’Eritrea weer op de internationale kalender.
Inmiddels zijn er tientallen professionele renners, onder wie ook een handjevol vrouwen. Het fietsen haalde atletiek zelfs in als volkssport nummer één. Veel jongeren hopen in de voetsporen van hun wielerhelden te treden. Dat heeft ook een ‘politieke’ reden: topsporters hoeven in Eritrea, dat wel het ‘Noord-Korea van Afrika’ wordt genoemd, geen ‘eindeloze’ militaire dienstplicht te vervullen. Bovendien kunnen ze op financiële ondersteuning rekenen.

Privileges
Bereket was een topamateur. Was hij net als Teklehaimanot professional geworden, dan had hij drie jaar geleden misschien niet hoeven vluchten. Topsporters krijgen van het dictatoriale militaire regime namelijk privileges; ze hoeven niet in dienst, die in Eritrea vele jaren kan duren. ‘Als ik daar was gebleven had ik misschien mijn hele leven in het leger gemoeten.’

Eritreeërs zijn dol op fietsen
‘Eritreeërs houden ontzettend van fietsen, passen wat dat betreft prima bij Nederland. Ze komen ‒ weer of geen weer ‒ ook allemaal op hun eigen fiets, andere groepen vaak met het ov.’ Beeld:

Bereket kwam terecht in een opvangcentrum in Leusden. Hier werd hij opgenomen in de lokale fietsclub. Hij kreeg begeleiding van een coach en trainde elke dag zo’n 100 kilometer. Toen de opvang in Leusden sloot, kwam hij in Leidschendam terecht. De racefiets en het tenue van de club mocht hij houden. Zijn droom is nog steeds om professioneel wielrenner te worden, maar daarvoor heb je een auto, geld en dus sponsoren nodig, zegt hij. En die heeft hij niet. Nog niet. Nu rijdt hij iedere dag met z’n racefiets naar de fitness om extra te trainen. ‘Fietsen maakt je hoofd leeg; je denkt even niet aan problemen. Maar ik mis hier wel de heuvels en de bergen. Het is ook drukker en je moet overal wachten voor verkeerslichten. Asmara is klein ‒ je rijdt zo de stad uit, de snelweg op. En je hebt niet zoveel regels.’
Die regels, dat is nog wel ‘een dingetje’, zegt Paul Driest onderweg naar Scheveningen. ‘Vooral handen uitsteken en oversteken gaat nog niet altijd goed.’ Dat blijkt even later als een van de Eritrese fietsers door rood licht rijdt. Een luid toeterende auto is zijn deel.

eritreers04
‘Je denkt even aan iets anders en je ziet heel veel.’ Beeld:

De enige twee dames van het gezelschap vandaag zijn Jodit (23) en Simret (23). Ze hebben in Nederland leren fietsen. In Eritrea fietsen de vrouwen niet, vertellen ze in moeizaam Engels. In elk geval niet op het platteland, waar ze vandaan komen. Jodit en Simret hebben geen wielerhelden. Ze fietsen mee ‘voor de gezelligheid’. ‘Je denkt even aan iets anders en je ziet heel veel’, zegt Simret.

Haring eten
Op de boulevard van Scheveningen parkeert de groep de fietsen ‒ op de racefiets van Bereket na allemaal oude tweedehandsjes ‒ naast de viskraam. Een deel van de Afrikanen ziet voor het eerst de Noordzee. Of je Engeland kunt zien, wil iemand weten. Driest bestelt haring en vertelt tegen de visboer dat hij de groep aan het inburgeren is. En dat Eritreeërs net Nederlanders zijn, omdat ze graag fietsen. ‘Gestolen zeker, die fietsen?’, reageert de visboer in onvervalst Hagenees. ‘Geintje, hoor.’

Tekleweyni (24) en Isaias (24) proeven voor het eerst in hun leven haring. Anderen houden het liever op een frietje. Isaias komt uit het stadje Dekemhare en fietste in Eritrea al graag. Op een mountainbike, zoals de meeste jongeren, zegt hij. Ook hij is wielerfan. Door de wielrenners is fietsen vooral onder jongeren populair, zegt hij. ‘Fietsen geeft je een gevoel van vrijheid.’ Het verschil met Nederland? ‘Het weer, dat is echt beter bij ons. En in Eritrea hoef je je fiets niet op slot te zetten.’
Omdat het ‘fietsverbond’ met de Eritreeërs zo soepel verloopt, denk Paul Driest, in zijn vrije tijd fietskoerier, al een paar stappen vooruit. ‘Het lijkt me wel wat om met hen een elektrische fietstaxi te beginnen, of een fietsfoodtruck met Eritrees eten. Kunnen ze wat bijverdienen.’
Na een bezoek aan de pier is het tijd om terug te gaan. Driest pakt zijn vintage Gazelle en trommelt zijn cursisten op. ‘Doei!’, roepen ze één voor één. Bereket doet zijn handschoenen aan en zet zijn koptelefoon op: Amhaarse muziek, waar hij altijd naar luistert tijdens het fietsen. Hij rijdt niet met de groep mee terug, maar gaat naar de sportschool. Trainen. Want een wielrenner, die moet fit blijven.

Eritrea
– Volgens vijfvoudig tourwinnaar Bernard Hinault is het een kwestie van tijd voordat een renner uit Eritrea de Ronde van Frankrijk wint.
– Daniel Abraham Gebru is een Eritrese wielrenner die al jaren in Nederland woont: hij won voor Nederland vorig jaar paralympisch goud.
– Begin 2016 woonden er volgens cijfers van het CBS 8.151 Eritreeërs in Nederland.
– Wereldwijd zijn er volgens cijfers van het UNHCR zo’n 400.000 Eritreeërs op de vlucht.

Reacties

  1. markn says:

    Leuk om te weten. Was me al opgevallen dat ik in de polder soms donkere mannen met gemak zag fietsen met een kind in een kinderzitje achterop en gezellig met elkaar babbelend.

Reageer ook op ons forum

Deelnemers

Samen fietsen we beter!

Word lid