Interview

‘Fietsen mag je niet lelijk vinden’

Ruwan Aluvihare is senior hoofdontwerper bij de Dienst Ruimtelijke Ordening van Amsterdam. Hij houdt zich al dertig jaar bezig met het vormgeven van de openbare ruimte en bedacht onder andere de fietsenstalling bij de Zuidas.

Ruwan Aluvihare
Beeld-auteur: Maarten Hartman

Wat heeft u met fietsen?
‘Ik ben Sri Lankaan van geboorte, heb in Engeland landschapsarchitectuur gestudeerd en toen ik in 1981 naar Nederland kwam was ik helemaal op het openbaar vervoer gefixeerd. Maar na vijf jaar kocht ik van de ene op de andere dag een fiets en sindsdien maakt het niet uit of het regent of stormt, ik doe bijna alles op de fiets.’

Hoe ziet een ideale fietsenstalling eruit?
‘Dat hangt af van de lengte van het parkeren. Als je wil dat mensen voor anderhalf uur hun fiets ondergronds stallen, moet je niet mikken op een standaard stalling. Je moet er zo inrijden. Anders gaat niemand dat gat in. De stalling bij het Zuidplein is heel uitnodigend, Schipholkwaliteit, noem ik dat. Met een tapis roulant (roltrap -red). Parkeren is gratis, comfortabel, droog. Het enige knelpunt dat mensen nu nog noemen is dat je moet wachten tot de stallinghouders je een briefje geeft. Soms is dat zo’n drempel dat mensen liever onbewaakt de fiets neerkwakken in plaats dan dat ze die drie minuten extra te nemen.’

Chagerijnige mannen, die stallingshouders?
‘Helemaal niet. Dat wil ook nog wel eens een drempel zijn inderdaad, maar deze mannen zijn ongelofelijk vrolijk, grapjassen. En erg snel. Ik denk dat ze een training klantvriendelijkheid hebben gekregen.’

Wat kan er allemaal misgaan bij fietsenstallingen?
‘Wie in Amsterdam een openbaar gebouw bouwt, is verplicht daar een fietsenstalling aan te bouwen. Een fietsenstalling ‘omdat het moet’. Dat leidt soms tot levensgevaarlijke hellingen. Of de stalling staat in een onverlicht straatje aan de achterkant van het gebouw. Een lichte entree is zo belangrijk. Als je een extra bochtje moet maken om het gebouw heen is dat niet aantrekkelijk. Je moet de ingang direct kunnen zien. Ik vind ‘vanzelfsprekend’ een belangrijk begrip. Het kost misschien iets meer geld om het goed te doen, maar dan heb je tenminste wat aan zo’n stalling.’

Als ik u zo hoor hebben fietsenstallingen in parkeergarages weinig kans.
‘Ik zou fietsen altijd een aparte ruimte geven. Fietsers willen al helemaal geen lift in.’

Moeten fietsers niet gewoon opgevoed worden?
‘Een fietsenstalling moet voldoen aan wat de mensen willen. Ik zal niet zo snel zeggen: die stomme fietsers willen gewoon niet. Dan heb je als ontwerper ook iets fout gedaan.’

 

“Een fietsenstalling moet voldoen aan wat de mensen willen”

Wat vindt u van fietsparkeerverboden?
‘De Dam is een perfect voorbeeld van botsende belangen. Die ruimte tussen monument en Bijenkorf staat echt veel te vol met fietsen. Je kunt in zo’n geval twee dingen doen. Een: je maakt daar een fietsenstalling, want dat is de plek waar mensen willen staan. Het heeft geen zin om ze te zeggen dat er vijftig meter verderop een mooie stalling is. Optie twee is dat je de Bijenkorf sommert de ingang te sluiten, haha. Je kan niet zomaar zeggen dat het lelijk is en te vol. Je moet een alternatief bedenken. Ik vind ook dat je je fiets voor de deur van een winkel moet kunnen zetten. Het gaat om maatwerk. Kijk nou naar de Kalverstraat. Die is veel te druk om met de fiets doorheen te lopen of te fietsen. Iedereen die het gebied kent zet zijn fiets in de aangrenzende steegjes. Je kunt dat stallen in die steegjes ook faciliteren door overal beugels te plaatsen. Je moet niet denken dat je iedereen in het gareel kunt houden. Creatief zijn, klantgericht denken. Er zijn al zoveel regels in Nederland. Als er te veel regels zijn hoeven mensen niet meer te communiceren. Dan worden ze star.’

Wat vindt u als ontwerper lelijk in het verkeer?
‘Ik heb al jaren een discussie over rode fietspaden. Ik snap wel waarom het rode asfalt wordt gebruikt, maar ik vind het niet mooi. Asfalt is niet erg geschikt om rood te maken. Je moet er een soort roest doormengen. Dat is duur en milieuonvriendelijk want komt uiteindelijk in het grondwater terecht. Bovendien vervaagt het na een paar jaar. Het contrast tussen rood en zwart is ook niet zo sterk. Ik vraag me altijd af waar rood asfalt wel per se nodig is nodig is voordat ik het laat leggen. Op kruispunten moet het wel. Zelf kies ik het liefst voor vrijliggende fietspaden, overal. Of het nou langs dertig kilometer wegen is of vijftig kilometer wegen. Dat is helder en veilig en je hoeft het asfalt niet rood te maken. Je kan dan ook veel strakker ontwerpen met mooie rechte lijnen. Bij rotondes kan de fietsen lekker rechtuit rijden. ‘Parisiaans’, noem ik dat.
Nieuw pikzwart asfalt en het contrast met witte lijnen vind ik juist prachtig. Je zou alles in zwart en wit moeten doen. Misschien zou je de fietspaden op kruispunten ook wit kunnen maken in plaats van rood. Hee, dat bedenk ik ter plekke. Dat gaan we uitzoeken.’

Experimenteert u wel vaker?
‘We hebben buiten de projecten niet zoveel ruimte voor “hobby’s”, maar ik roep wel eens dat ik dat fietsen zo enorm amateuristisch gedoe vind. Terwijl het zo belangrijk is. Waarom geen fietsbelasting om van het geld dat dat oplevert goede fietsvoorzieningen aan te leggen? Bovendien staat dan elke fiets geregistreerd en krijg je waarschijnlijk minder last van weesfietsen. Als je een auto doorverkoopt moet je allerlei papieren overleggen, maar een gestolen fiets kun je zonder problemen verkopen. Voor je fietsbelasting heft, moet je natuurlijk eerst goed onderzoeken wat het effect is. Als daardoor minder gefietst wordt, kun je het beter laten.
Dat je de fiets van de belasting af kunt trekken was echt een vondst vijf jaar geleden. Jammer genoeg is dat alleen voor werknemers. Waarom geef je studenten niet ook dat voordeel? Kunnen ze een goede fiets kopen.
Professionalisering vind ik ook: over de fiets nadenken zoals we dat over auto’s doen. Voor auto’s heb je snelle en langzame wegen. Het is een dogma onder verkeerskundigen om altijd fietspaden aan te leggen, maar je hoeft niet overal hard te fietsen. Rond het station kun je denken aan een gedeelde ruimte met voetgangers in plaats van fietspaden waar voetgangers van de sokken worden gereden. In een gedeelde ruimte let je beter zelf op en vertraag je als fietser je tempo.’

Fietsen worden vaak rommelig gevonden door architecten. Daarom worden ze onder de grond weggestopt. Wat vindt u daar van?
‘Ik denk dat de fiets als esthetisch fenomeen in opkomst is. Er zijn veel meer soorten fietsen dan vroeger. Meer kleuren, meer modellen. Fietsen mogen gezien worden. Ik zie dat fietsenstallingen in de nieuwbouw vaker op de begane grond achter een glazen muur worden gebouwd. De fietsenstalling als onderdeel van de gevel. Je presenteert jezelf als duurzaam en er is altijd leven in een fietsenstalling. Vanaf de straat zie je de silhouetten van fietsen en gebruikers. Je moet fietsen niet wegstoppen. Ondergronds stallen moet je alleen doen als je geen keuze hebt. Het is trouwens ook heel duur. En waarom zou je een fietsenstalling niet mogen zien vanuit de entree? Fietsen zijn functioneel. Die mag je niet lelijk vinden.’

Categorieën

Suzanne Brink

Suzanne Brink

Hoofdredacteur Crossmedia

Op de fiets voel ik mij ultiem vrij en onafhankelijk. Zelfs als ik een onbekende route fiets en verdwaal doordat ik om me heen kijk naar mensen en gebouwenIk wil mensen raken met mijn verhalen, zodat ze nog blijer worden van hun fiets en de Fietsersbond. We zijn de enige organisatie in Nederland die zich volledig inzet voor de veiligheid en het geluk van fietsers: ik vind het geweldig dat ik daar aan mee kan werken.