header_tunnel_koe

De wereld waarin wij leven en trends op fietsgebied

De fiets is voor ons een vanzelfsprekend vervoer­middel en niet weg te denken uit de Nederlandse cultuur. Maar zal dat ook zo blijven? De fiets is een vrij recente, moderne uitvinding, die pas in het begin van de twintigste eeuw uitgroeide tot het eerste massavervoermiddel. Internationaal werd deze rol na de Tweede Wereldoorlog meer en meer overgenomen door de auto. In Nederland bleef het aandeel van de fiets echter relatief hoog en werd vanaf de jaren zeventig een actief fietsbeleid ontwikkeld, mede dankzij de Fietsersbond.

De fiets bestaat dus nog maar relatief kort. En het is geen uitgemaakte zaak dat hij er over een eeuw nog steeds is. De rol die de fiets in ons mobiliteitssysteem speelt, kan de komende decennia nog sterk veranderen. Enerzijds heeft de fiets in 2018 goede vooruitzichten door de komst van e-bikes, multimodale planners en flexwerken. Ook de steeds grotere aandacht voor de kwaliteit van leven in stedelijk en landelijk gebied en de grotere behoefte aan een gezonde leefstijl maken dat we niet zonder de fiets kunnen. Anderzijds zijn er de ontwikkelingen rondom de zelfrijdende auto. Die kunnen een serieuze bedreiging vormen voor de fiets als het gaat om beschikbaarheid, vrijheid en flexibiliteit. Met een visie op de fiets in 2040 is de Fietsersbond er klaar voor om op deze ontwikkelingen in te spelen.

Meerdere trends zijn de komende jaren van invloed op het gebruik van de fiets. Denk aan: verstedelijking, klimaatverandering, gezond leven, migratie, vergrijzing en een verontrustende tweedeling in vervoermogelijkheden en de nieuwe kansen die slimme mobiliteit biedt.

Stedelijke agglomeraties groeien en krijgen een vervoerssysteem met openbaar vervoer en fiets als ruggengraat. Daartegenover staan krimpgebieden waar steeds minder mensen blijven wonen. Hier komen de voorzieningen op grotere afstand te liggen, waardoor inwoners afhankelijker worden van de auto. De e-bike kan hier een oplossing zijn.

Fietsen in het centrum
Fietsen in het centrum van Houten Beeld-auteur: Maarten Hartman

Kleinere steden en Vinex-wijken vormen het ‘middenland’. Hier kan de fiets een rol spelen door een fijnmazige (snel)fietsinfrastructuur in combinatie met flexibele Mobility as a Service-systemen, waarin mobiliteit als product wordt aangeboden.

Naast goed wonen en slim werken staat ook gezond leven vaker op de politieke agenda. Wereldwijd zijn vooruitstrevende steden bezig met gezond leven in hun stad. Ook Nederland volgt die trend. Steden die uitdagingen op sociaal, ruimtelijk en milieugebied het beste weten te combineren met aansprekende oplossingen kunnen zich verzekeren van economische groei. De ongelijkheid in kwaliteit van leven tussen verschillende sociaal-economische groepen en wijken accepteren we steeds minder.

Ouderen worden steeds actiever. In hun leven staat het ervaren van positieve ervaringen vaak centraal. Problemen met spierkracht, evenwicht, zicht en/of gehoor worden steeds beter gecompenseerd door nieuwe technologische oplossingen. Een verschuiving bij deze groep van utilitair naar meer recreatief fietsen heeft financiële gevolgen. Omdat ouderen oververtegenwoordigd zijn in de ongevalscijfers zijn investeringen in drukbezochte recreatieve routes al snel maatschappelijk rendabel.

Wat betekent de toenemende culturele diversiteit voor het fietsgebruik in Nederland? In expatwijken zie je meer fietshelmen op straat, wat fietsen een onveiliger imago kan geven. Anderzijds zijn mensen met een migratieachtergrond soms zeer gemotiveerd om te leren fietsen ‘als een Hollander’. Zij zien dit als ultiem bewijs van succesvolle deelname aan de Nederlandse samenleving.

Sinds het klimaatakkoord van Parijs is mobiliteit een belangrijke factor in het behalen van de doelstellingen voor CO2-reductie. Hier ligt een enorm potentieel voor de fiets. Meer dan 3,6 miljoen mensen wonen op (e-)fietsafstand van hun werk. De besparing in CO2 en de ruimte die vrijkomt bij een overstap op de fiets zijn niet te onderschatten. Tegenover de mensen die het goed gaat, staat een groeiende groep die in armoede leeft. Deze mensen worden ook geconfronteerd met toenemende vervoers- armoede. Het ontbreken van voldoende middelen om je te verplaatsen, of het de auto, de fiets of het ov is, staat maatschappelijke participatie in de weg en vergroot achterstanden. Niet alleen auto’s, maar ook de miljoenen fietsen zorgen steeds vaker voor overlast. Veel fietsen kunnen efficiënter worden ingezet als onderdeel van een deelsysteem. Connectiviteit tussen voertuigen en met de infrastructuur leidt tot vormen van slimme mobiliteit waarvan de fiets een onderdeel zal zijn.

Het aantal fietsers in de stad neemt jaar na jaar toe. Daar gaan we van uit, maar heel precies weten we het niet. In Amsterdam en Utrecht groeit het aantal fietsers, maar ook in Utrecht Overvecht en Amsterdam Nieuw-West? En in Sittard en Nieuwegein?

We weten inmiddels heel wat over fietsgebruik in Nederland, maar eenduidige trends over fietsgebruik in een willekeurige gemeente zijn statistisch drijfzand. We weten dat de ontwikkeling van het fietsgebruik grote verschillen laat zien tussen de vier grote steden (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht), gemeenten met 100.000 of meer inwoners en overige gemeenten.

Vooral in de vier grote steden (G4) is het fietsgebruik als hoofdverplaatsingswijze, uitgedrukt in aantallen ritten en aantallen kilometers, tussen 2005 en 2016 spectaculair toegenomen. Dit is grotendeels een inhaalslag: het fietsgebruik in de G4 lag veel lager dan elders en is nu juist relatief hoog. Opvallend is dat het aandeel van de fiets in alle verplaatsingen wel in alle gemeenteklassen (G4, 100.000, overig) is toegenomen.

In deze cijfers zijn drie aspecten die de drukte op het fietspad verklaren nog niet verwerkt:

  • Ook in grote steden is de drukte niet evenredig verspreid. In het centrum en de oude schil wordt veel meer gefietst dan in de buitenwijken. Het fietsaandeel neemt daar ook het sterkst toe.
  • De cijfers laten alleen de fiets als hoofdverplaatsingswijze zien. Ritten van en naar het station zijn dus niet meegerekend. Juist de combinatie fiets-trein is de afgelopen jaren enorm toegenomen – op de plekken waar het toch al druk was.
  • De cijfers gaan over het aantal fietsverplaatsingen per persoon per dag. Als de ene regio (Amsterdam, Utrecht, Groningen) steeds meer inwoners telt en de andere (Oost-Groningen, Zuid-Limburg) steeds minder, versterkt dit het effect dat het tegelijkertijd drukker en rustiger wordt.
visiecover

Fietsvisie 2040

De nieuwe toekomstvisie van de Fietsersbond. Lees meer