header_knooppunt

Wanneer heb je recht op smartengeld?

Vogelvrije Fietser, november 2002

Iedereen weet dat slachtoffers van ernstige verkeersongevallen of rampen zoals Enschede en Volendam recht hebben op smartengeld. Dat is een symbolisch bedrag dat de veroorzaker moet betalen als een soort genoegdoening voor de pijn, het verdriet en de gemiste levensvreugde van de slachtoffers. Veel minder bekend is dat ook slachtoffers van kleine ongevallen smartengeld kunnen vorderen.

Een voorbeeld is de zaak van Willem. Vlak voor zijn vijftigste verjaardag werd hij op zijn fiets aangereden door een auto die hem geen voorrang gaf. Het ongeluk liep goed af. Willems fiets was vrijwel onbeschadigd en zelf had hij alleen een gekneusde enkelband. In het ziekenhuis kreeg hij een gipsverband, maar dat mocht er na een week weer af. Wel had hij veel pijn gehad, waardoor hij zijn verjaardag minder uitbundig kon vieren dan hij had gehoopt. Hij vond dat de automobilist hem daarvoor best iets mocht betalen. Maar die voelde daar weinig voor. Het was toch allemaal goed afgelopen

Willem wilde het daar niet bij laten zitten. Hij stapte naar de rechter en die bepaalde dat de (verzekering van de) automobilist € 189 smartengeld aan hem moest betalen. Dus ook bij klein leed kan het best de moeite waard zijn om smartengeld te eisen.

Maar wanneer heb je nu precies recht op smartengeld? Dat is eigenlijk altijd het geval zodra je lichamelijk letsel hebt opgelopen waarvoor iemand anders aansprakelijk is. Het moet dan natuurlijk wel gaan om meer dan een blauwe plek of een schram, anders loont het niet de moeite. Het smartengeld moet worden betaald door degene die aansprakelijk is voor de schade. In veel gevallen zal dat een verzekeringsmaatschappij zijn. Om smartengeld te krijgen hoef je trouwens niet per se naar de rechter. Als je door een kuil in de weg bent gevallen en de gemeente erkent haar aansprakelijkheid, dan kun je naast de reparatiekosten van je fiets gewoon smartengeld eisen. De grote vraag is natuurlijk hoeveel je kunt vragen. Om daarvan een indruk te geven, volgt hier tot slot een aantal voorbeelden van mensen die smartengeld kregen:

  • € 568 voor een fietser die tegen het openslaande portier van een stilstaande auto reed en vier boventanden kwijtraakte.
  • € 736 voor een fietser die door een verzakking in het fietspad op zijn gezicht viel en ontsierende littekens opliep.
  • € 815 voor een fietser die na een aanrijding met een auto een gebroken sleutelbeen, een kneuzing aan de knie en een hersenschudding had opgelopen.
  • € 1.603 voor een fietser die uitgleed op een bemodderde weg en daardoor haar onderarm brak.
  • € 2.671 voor een fietser die na een aanrijding met een auto een hersenkneuzing, een bekkenfractuur en een breuk van de linker bovenarm opliep en bijna een half jaar moest revalideren.
  • € 21.375 voor een fietser die na een aanrijding met haar hoofd op de stoeprand kwam en een ernstige whiplash opliep.
  • € 147.313 voor een fietser die door een aanrijding ernstig hersenletsel opliep, verlamd raakte aan beide benen en nooit meer een zelfstandig leven zou kunnen leiden.

Tekst: August Van