Meisje op de fiets

Verkeersregels

Fietsers moeten zich aan de verkeersregels houden. Maar wat zijn die regels precies? En welke zijn het belangrijkst?

De belangrijkste wet over het verkeer is de Wegenverkeerswet. Die bestaat uit onder andere:

  • Het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens (RVV)
    Hierin staan alle verkeersregels, betekenis van verkeersbord en uitleg van verkeerslichten
  • Het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (BABW)
    Het BABW is vooral voor wegbeheerders. Daarin staan zaken als hoe het bord ‘fietspad’ moet worden geplaatst of hoe haaientanden moeten worden geschilderd. Ook staan er zaken in over de besluitvorming: bezwaar en beroep, zorgvuldigheidseisen (een gemeente moet altijd eerste de politie raadplegen voordat ze een verkeerssituatie mag veranderen)
  • Het Voertuigreglement
    Hierin staan alle eisen die aan de fiets worden gesteld: permanente eisen als een bel, maar ook de zogenaamde gebruikseisen, zoals het voeren van verlichting als het donker is.

De belangrijkste verkeersregels voor fietsers

Algemene gedragsregel

Het is eenieder verboden zich zodanig te gedragen dat gevaar op de weg wordt (of kan worden) veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt (kan worden) gehinderd. Dit is een regel die ruim kan worden geïnterpreteerd, dus je gewoon netjes gedragen in het verkeer is het verstandigst.

Artikel 185 (aansprakelijkheid)

Als je in botsing komt met een auto, dan kun je een beroep doen op artikel 185 van de Wegenverkeerswet. Dit artikel bepaalt dat de bestuurder van een motorvoertuig deels aansprakelijk is voor de gevolgen van een ongeluk met een voetganger of fietser, tenzij er sprake was van overmacht. Uit de praktijk blijkt dat het voor automobilisten moeilijk is die overmacht hard te maken. De automobilist is bijna altijd voor ten minste vijftig procent aansprakelijk voor de schade aan fietser en fiets. Als er kinderen onder de veertien jaar bij betrokken zijn zelfs voor honderd procent. Sommige mensen vinden dat fietsers en voetgangers door deze regel bewust extra risico’s nemen. Dat is natuurlijk onzin. Geen enkele fietser zit te wachten op een rolstoel, ook al wordt die vergoed door de verzekering.

Het artikel gaat ook niet over schuld zoals velen denken. Als de fietser of voetganger schuldig blijkt, betaalt diens verzekering (WA) de schade van de automobilist. Het gaat er puur om dat de verzekering van de ‘sterkere’ automobilist de letselschade van fietsers en voetgangers betaalt. Dat voorkomt ook de vaak jarenlange procedures, die het leed van een verkeersslachtoffer nog verergeren.

Eisen aan je fiets

In de regeling voertuigen, een onderdeel van de Wegenverkeerswet, staan de eisen waaraan een fiets moet voldoen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen permanente eisen en gebruikseisen.

Permanente eisen

Permanente eisen hebben te maken met de aanwezigheid van voorzieningen op de fiets. De fiets moet de beschreven voorzieningen dus altijd hebben. Hoewel de overheid eisen stelt aan de fiets, worden er toch fietsen en fietsonderdelen verkocht die niet aan die eisen voldoen. Het blijft dus zaak om goed op te letten bij de aanschaf van fietsen en fietsonderdelen.

De fiets moet voorzien zijn van:

  • Een goed werkende bel.
  • Een goed werkende rem.
  • Een rode reflector, die is voorzien van een goedkeuringsmerk. Deze reflector moet zijn aangebracht tussen de bagagedrager en het spatbord op een hoogte van 35 centimeter tot 90 centimeter boven het wegdek. Ontbreekt het spatbord dan mag de reflector ook onder het zadel gemonteerd worden.
  • Witte of gele reflectoren aan de wielen. De witte of gele reflectoren moeten aan beide kanten van het wiel zo dicht mogelijk bij de velg zijn gemonteerd. De meeste fietsbanden hebben een reflectiestreep op de band, waardoor de fietser in het donker ook goed zichtbaar is. De kwaliteit hiervan is niet altijd even goed en gaat tijdens het gebruik achteruit. Let hier dus op.
  • Vier ambergele of gele reflectoren aan de trappers. De in Nederland verkochte trappers zijn praktisch allemaal standaard voorzien van deze reflectoren.
  • De verplichting om een helderwit of reflecterend geel achterspatbord te hebben is vervallen. Maar voor extra zichtbaarheid kan zo’n spatbord natuurlijk geen kwaad. Evenals een witte voorreflector of reflecterende elementen op de kleding.

Gebruikseisen

Het woord zegt het al, gebruikseisen zijn verplichtingen voor het gebruik van voorzieningen bij bepaalde omstandigheden. De belangrijkste eis is natuurlijk verlichting. Fietsen die gebruikt worden bij nacht (tussen zonsondergang en zonsopgang) of bij dag als het zicht slecht is, moeten voorzien zijn van:

  • Een helderrood stralend duidelijk zichtbaar achterlicht. Aangebracht aan de achterkant van de fiets, tussen 25 en 120 centimeter boven het wegdek.
  • Een voor het tegemoetkomende verkeer duidelijk zichtbaar helder wit of geel stralend voorlicht.

De verlichting hoeft niet meer op de fiets te zitten, maar mag ook vastzitten op de romp van de fietser.

Er zijn allerlei soorten fietsverlichting te koop. Losse lampjes zijn zeer handig voor mensen die hun fiets bijvoorbeeld in te krappe stallingen moeten zetten. Compacte lampjes met batterijen met LED-verlichting gaan lang mee. Ze moeten wel in permanent branden, knipperlichten zijn niet toegestaan. TestKees test regelmatig de kwaliteit van de verschillende soorten en merken fietsverlichting.

Fietspad voor de fietsers

Automobilisten mogen niet rijden en ook niet stilstaan op een fietspad. Op een fietsstrook (onderbroken of ononderbroken streep en fietssymbool) mogen ze niet parkeren en niet stilstaan. Wel mogen auto’s over een fietspad met onderbroken streep rijden om bijvoorbeeld af te slaan of naar een parkeerplaats te rijden.

Kind achterop

Kinderen onder de acht jaar mogen alleen achterop in een zitje.

Maximale breedte

Een fiets mag maximaal 75 centimeter breed zijn. Bredere fietsen, zoals ouderwetse bakfietsen, zijn maximaal 150 centimeter breed en maken gebruik van de rijbaan.

 

Naast elkaar rijden

Fietsers mogen met zijn tweeën naast elkaar rijden. Net als autopassagiers, die naast elkaar zitten, vinden fietsers het gezellig om naast elkaar te rijden. Ze mogen echter geen hinder veroorzaken.

Parkeren

Fietsen worden geparkeerd op het trottoir, op het voetpad of in de berm dan wel op andere door het bevoegd gezag aangewezen plaatsen.

Plaats op de weg

Fietsers moeten net als andere bestuurders zoveel mogelijk rechts houden.

Fietsers mogen stilstaand en rijdend snelverkeer rechts en links inhalen.

Fietsers mogen van de fietsstrook met onderbroken streep af, als dat nodig is. Bij een doorgetrokken streep mag dat niet. Helaas is dat af en toe wel nodig als het fietspad bijvoorbeeld is geblokkeerd door een stilstaande of foutgeparkeerde auto. Kijk altijd eerst goed achterom en geef duidelijk aan wat je van plan bent, in verband met achteropkomend verkeer.

 

Rechtsaf slaan (bij rood)

Fietsers mogen rechtsaf door rood of oranje rijden als op een onderbord bij het verkeerslicht de tekst staat: ‘ Rechtsaf voor fietsers vrij’ of ‘Rechtsaf voor (brom) fietsers vrij’. Ze moeten wel voorrang verlenen aan overstekend verkeer, vaak voetgangers. Automobilisten moeten fietsers de ruimte geven om rechts voor te kunnen sorteren.

De Fietsersbond vindt dat rechtsaf door rood eigenlijk altijd zou moeten worden toegestaan. Het kan bijna altijd zonder gevaren en wie wil dat fietsers zich beter aan de verkeersregels houden, kan situaties waarin het heel aanlokkelijk is om door rood te rijden, beter legaliseren.

 

Richting aangeven

Fietsers moeten richting aangeven als zij van richting veranderen. Dat kan door de hand uit te steken, maar het mag ook door middel van oranje knipperlichten. Verkeersdeelnemers, dus ook fietsers, moeten stoppen voor voetgangers die op het punt staan over te steken op het zebrapad.

Voorrangsregels

Voorrangsregels gelden voor alle bestuurders, dus ook voor fietsers. Voetgangers vallen niet in de categorie bestuurders, maar wel in de categorie verkeer en verkeersdeelnemers.

Voorrangswegen

De voorrangsweg wordt aangegeven door haaientanden en/of door voorrangsborden. Bestuurders uit zijwegen moeten voorrang verlenen aan alle bestuurders op de voorrangsweg. Bij een uitritconstructie, vaak in de vorm van een doorgetrokken trottoirband, moet voorrang verleend worden aan alle verkeer, dus ook aan voetgangers.

Rechts voorrang

Op gelijkwaardige kruisingen moeten alle bestuurders die van links komen voorrang verlenen aan bestuurders die van rechts komen. Een gelijkwaardige kruising is een kruising waar de voorrang niet door speciale maatregelen (verkeerslichten, borden, haaientanden) is geregeld. Bestuurders zijn automobilisten, motorrijders, brommers, fietsers, koetsiers, ruiters en begeleiders van trekdieren. Dus eigenlijk alle weggebruikers behalve voetgangers, skaters en skeelerers. Wel zo duidelijk dus, maar wel zaak om goed op te letten, goed zichtbaar te zijn en in twijfelgevallen oogcontact te zoeken. Op deze regeling gelden de volgende uitzonderingen:

  • Bestuurders op een onverharde weg geven voorrang aan bestuurders op een verharde weg;
  • Bestuurders verlenen voorrang aan bestuurders van een tram;
  • Een uitrit of uitritconstructie, vaak een doorgetrokken trottoirband, betekent altijd voorrang verlenen, ook aan voetgangers.

Rotondes

De regels, uitzonderingen en vormgeving op rotondes kunnen per gemeente verschillen. De geldende regels worden met borden en vooral haaientanden aangegeven. Voor fietsers is het raadzaam altijd zeer goed op de haaientanden te letten. Verkeer dat op de rotonde rijdt, heeft in principe voorrang op verkeer dat de rotonde nadert of verlaat. Rechtdoor op dezelfde weg gaat voor. Op rotondes buiten de bebouwde kom heeft de fietser geen voorrang. Een fietser die de rotonde volgt moet daar voorrang geven aan afslaand autoverkeer.

Binnen de bebouwde kom heeft de fietser op de rotonde meestal voorrang op het afslaand autoverkeer. Sommige wegbeheerders vinden voorrang voor fietsers te gevaarlijk en wijken af van de officiële richtlijn om fietsers binnen de bebouwde kom voorrang op rotondes te verlenen. Het is daarom raadzaam om bij rotondes heel goed op te letten op de geldende voorrangsregels. Let op de haaientanden en de voorrangsborden.

Daarnaast is het zeker bij en op rotondes belangrijk om goed richting aan te geven (ook verplicht) en oogcontact te zoeken. Laat zien wat je van plan bent.

Woonerven

Op woonerven ben je net als elders verplicht om alle bestuurders van rechts voorrang te verlenen.