Vrouwen hebben meer respect voor het rode licht

Kwart rijdt door rood

rood licht

Het blijft voor velen een bron van ergernis: fietsers die massaal het rode licht negeren. Rijden echt zo veel fietsers (roekeloos) door rood?

Het antwoord is genuanceerd. Fietsers zijn niet gek. Als het gevaarlijk is, jakkert maar een handjevol fietsers door rood om een beetje tijd te winnen, blijkt uit het afstudeeronderzoek dat Evelien van der Meel heeft gedaan samen met de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid.
Haar metingen tonen aan dat op een groot kruispunt met veel rijbanen in de ochtendspits nog geen 3 procent door rood rijdt. Maar dat percentage explodeert bij kruisingen waar de fietsers de inschatting maken dat er weinig gevaar te duchten is. Ze negeren het rode licht omdat er toch maar weinig auto’s rijden. Of wanneer ze maar één rijbaan in de gaten hoeven te houden om vervolgens op de veilige brede middenberm aan te komen. In die omstandigheden rijdt zomaar de helft van de fietsers onbekommerd door rood.

Een enkele roodrijder of de helft van de fietsers ‒ dat zijn de twee uitersten. Gemiddeld gaat een kwart door rood. Van der Meel heeft twee jaar geleden bij vijf Haagse kruispunten met een videowagen van de TU Delft gefilmd wat fietsers tijdens en na de ochtendspits bij het verkeerslicht deden. Volgens Van der Meel zijn de kruispunten representatief. Er zitten kruispunten bij met veel en met weinig roodrijders. En ook de bevolking van Den Haag – niet te veel studenten – komt ruwweg overeen met de samenstelling van de Nederlandse bevolking. Het onderzoek moet daarom inzicht geven in het gedrag van fietsers bij verkeerslichten.

Wat zijn de belangrijkste uitkomsten?
– Gemiddeld rijdt 27,4 procent van de fietsers door rood.
– Vrouwen hebben meer respect voor het rode licht. Mannen rijden 1,32 vaker door rood dan vrouwen.
– Jongeren (onder de 20) rijden het vaakst door rood: 34,7 procent. Gevolgd door volwassenen (20-65): 24,3 procent. En ouderen wachten het meest: ‘slechts’ 21,6 procent van de 65-plussers lapt de regels aan zijn laars.

Leeftijd voorspelt wanneer je precies door rood rijdt
Een licht dat op rood springt of op rood dreigt te springen, spoort jongeren aan om nog even flink vaart te maken, blijkt uit Van der Meels onderzoek. Volwassenen en gepensioneerden pakken het anders aan. Geen enkele oudere waagt zich in het begin van rood nog op de kruising. En volwassenen (20-65) wachten eventjes en gaan dan door rood. Van der Meel vermoedt dat de volwassen fietser de cyclus goed kent en weet wanneer het licht bijna op groen springt.

Ouders en kinderen
Ouders willen hun kinderen graag het goede voorbeeld geven. In het onderzoek bleven ouders met kinderen in kinderzitjes of op hun eigen fietsje netjes wachten op het groene licht. De cijfers wezen er niet op dat andere fietsers zich iets gelegen lieten liggen aan de aanwezigheid van wachtende kinderen.

Hoe gevaarlijk is het?
Hoe vaak is een door rood rijdende fietser de oorzaak van een ongeluk? Van der Meel heeft de crashdata (1993-2009) geanalyseerd van ongelukken waarbij de fietser de voornaamste oorzaak van het ongeluk was. In 11 procent van de gevallen waarbij fietsers hierdoor gewond raakten of verongelukten, kwam dat door het negeren van het rode licht. Het goede nieuws is dat het aantal fietsers dat gewond raakt doordat ze door rood rijden gestaag is gedaald: van 370 in 1993 tot 133 in 2009. Ook bij andere ongelukken door fietsers is er een daling: van 2984 gewonden in 1993 naar 1286 in 2009.

Fietsers klagen vaak dat ze zo lang moeten wachten op groen. In ieder geval langer dan automobilisten. Klopt dat?
In het algemeen moeten fietsers langer wachten dan auto’s, omdat fietsers sneller zijn dan auto’s. Tien fietsers hebben minder tijd nodig om een kruising over te steken dan tien auto’s. Om de doorstroming van het autoverkeer op gang te houden, moeten fietsers langer wachten.

Wat te doen?
Van der Meel stelt voor om bij weinig autoverkeer de cyclus van de verkeerslichten ten gunste van de fietser aan te passen. Bij grote verkeersdrukte zijn er minder fietsers die door rood rijden. Maar zodra het rustiger wordt, wagen meer fietsers de sprong naar de overkant. Door fietsers meer groen te geven wanneer er minder auto’s zijn, fietsen er automatisch minder fietsers door rood. Ze krijgen immers meer groen.

 

Wat vindt de Fietsersbond van door rood rijden?

‘De cijfers verbazen mij niet’, zegt Jaap Kamminga van de Fietsersbond. ‘We weten dat veel fietsers de cyclus van het verkeerslicht waar ze dagelijks langskomen goed kennen. Als fietsers weten dat het over twee seconden groen wordt, vinden ze het niet zo gevaarlijk om juist dan door rood te rijden. De roekelozen, die door rood rijden wanneer het echt niet kan, vormen een minderheid. Wat vaak een rol speelt bij negeren van rood licht, is de dichtheid aan verkeerslichten. In sommige gemeenten is echt een wildgroei aan verkeerslichten, die ook nog eens slecht zijn afgesteld voor fietsers. Ik kan dan goed begrijpen dat mensen bij het zoveelste verkeerslicht door rood rijden. En in het algemeen is het goed om fietsers meer ruimte te geven, om de verkeerslichtenregelingen aan te passen aan het toegenomen fietsgebruik. Dus: meer groen voor fietsers.’

 

Michiel Slütter

Michiel Slütter

Hoofdredacteur Vogelvrije Fietser

Michiel Slütter is hoofdredacteur crossmedia van de Fietsersbond.

Reageer op dit onderwerp op ons forum

Samen fietsen we beter!

Word lid