Hoe kun je valpartijen voorkomen?

Simpel: maak het fietspad breder

vergevingsgezind fietspad

Fietsers belanden geregeld in de berm van een fietspad. Hoe komt dat? En hoe kun je het voorkomen? Onderzoekers werken aan een fietspad dat een stuurfout niet met een valpartij afstraft.

Fietsers vallen. Het is een van de ontdekkingen van de laatste jaren. Eigenlijk vallen er best veel mensen van hun fiets. Ouderen zijn vaak de klos bij deze zogenaamde enkelvoudige ongelukken. Dat is een ongeluk in je eentje, zonder dat er een auto of andere fietser aan te pas komt.

Door die valpartijen belanden jaarlijks zo’n 46.000 fietsers bij de Eerste Hulp, bleek uit onderzoek van het ministerie van Infrastructuur en Milieu uit 2008. Ongeveer de helft van die ongelukken komt door (gebreken aan) de infrastructuur. Denk aan paaltjes op het fietspad, spekgladde fietspaden in de winter en aan ‘van de weg afraken’. Dat laatste komt best vaak voor: één op de vijf ongelukken komt door fietsers die het fietspad af slingeren. Binnen de bebouwde kom is de trapper tegen de stoeprand een bekende oorzaak, buiten de kom belanden fietsers in de berm.

Koers houden
In de berm, maar waarom? Wat gebeurt er dan precies? De Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV) deed diepteonderzoek naar fietsongevallen en kwam tot de conclusie dat meestal verschillende factoren een rol spelen bij een ongeluk. Bijvoorbeeld: iemand schrikt van een tegenligger, maakt een stuurfout, belandt in de berm en valt.
De Rijksuniversiteit Groningen stuurde, in het kader van het onderzoek Natuurlijk fietsen, een groep van 39 fietsers met camera’s de weg op. Op de beelden zagen de onderzoekers tot hun grote verrassing dat fietsers soms ineens de berm inreden en er na enig gehobbel ook weer heelhuids uit wisten te komen. Niet elke stuurfout leidt tot brokken.
Fietsers hebben blijkbaar wel eens moeite om koers te houden. In het project Het vergevingsgezinde fietspad dat adviesbureau Royal HaskoningDHV, de Fietsersbond en Rijksuniversiteit Groningen samen met overheidsinstellingen de afgelopen drie jaar uitvoerden, is men op zoek gegaan naar de vraag: hoe kunnen we het fietspad zo aanpassen dat fietsers beter koers houden en ruimte hebben om bij te sturen?
‘Het denken over fietspaden is vergeleken met auto-infrastructuur achtergebleven’, zegt projectleider Peter Morsink van Royal HaskoningDHV. ‘Als je bijvoorbeeld kijkt naar richtlijnen voor de randen en bermen. Bij autowegen zijn er allerlei richtlijnen voor de berm, bij fietspaden zijn die er niet.’
In het project is geëxperimenteerd met aanpassingen van drie fietspaden. Camera’s legden vast hoe fietsers hierop reageerden: gingen ze meer in het midden fietsen of juist meer naar de rand? Zaten ze in de veilige zone?
De maatregelen waren: verbreding van het fietspad, het aanbrengen van een witte streep aan de rand van het fietspad (kantmarkering), diverse witte strepen in het midden van een tweerichtingenfietspad (asmarkering) en het aanpassen van de bermen.

Verbreding en belijning
Misschien niet verrassend, maar verbreding kwam eruit als een van de maatregelen die de kans op enkelvoudige ongelukken verminderen. Morsink: ‘Fietsers gaan meer in de veilige zone fietsen. Ze fietsen vooral minder in de as (het midden, red.). Dat betekent minder gevaar dat ze schrikken van tegenliggers. Wel is er een categorie fietsers die, ook na verbreding, vrij dicht bij de rand van het fietspad blijft fietsen. Dat bleken vooral oudere fietsers te zijn.’
Het fietspad langs de Kamperzeedijk (N760) in Overijssel was een van de drie onderzoekslocaties. De eerste stap was het pad verbreden van 2.25 naar 2.75 meter. Door die extra halve meter kropen fietsers minder naar het midden. Maar het bleef een relatief smal fietspad waar confrontaties met tegenliggers op de loer lagen. De onderzoekers wilden eigenlijk dat fietsers meer naar de rand zouden fietsen, maar dat moest wel veilig kunnen.
De blik viel op de berm. Hoe kun je de berm zo maken dat een eventuele stuurfout niet wordt afgestraft? Het hoogteverschil tussen fietspad en berm werd verkleind. En aan beide zijden van het fietspad werd een 50 centimeter brede ‘bermstrook’ aangelegd. Morsink: ‘Een soort vluchtstrook, in jargon noemen we dat wel een redresseerstrook, een strook waar je, als je erin terechtkomt, weer gemakkelijk uit terugkeert.’
Het bleek te werken. Het smalle fietspad werd na de aanleg van bermstroken beter over de hele breedte gebruikt. Drie soorten bermstroken werden uitgeprobeerd: beton met streetprint en twee kleuren kunstgras. In de enquêtes was er het meeste enthousiasme voor de betonstroken, waarschijnlijk omdat het meteen duidelijk is dat daar eventueel op gefietst kan worden.
Als er aan beide zijden 50 centimeter bermstrook bij kan, dan zou je zeggen: waarom dat niet gewoon het fietspad verbreden? Morsink: ‘Dat kan niet in alle gevallen, bijvoorbeeld vanwege de afwatering. Daarnaast is de aanleg van een bermstrook ook goedkoper dan verbreden. En ook bij een verbreed fietspad blijven er nog steeds veel fietsers bij de rand fietsen.’
Morsink zou graag meer onderzoek doen naar de berm. Een bermstrook is een oplossing. Maar, zegt hij: ‘Misschien kun je een gewone berm ook meer ‘vergevingsgezind’ maken, zodat een fietser die er in terechtkomt niet meteen valt.’

Witte lijnen
De onderzoekers zijn ook in de weer geweest met witte lijnen aan de zijkant van het fietspad. Die lijnen hielpen om fietsers verder van de rand te laten fietsen en meer in de veilige zone. Ook dat is dus een goede maatregel. Maar, zegt Morsink er meteen bij, ‘op een smal fietspad wil je niet dat fietsers te veel naar de as gaan. Dus op een smal fietspad moet je misschien andere of aanvullende maatregelen nemen.’ Uit het belevingsonderzoek waarbij oudere fietsers uitgebreid werden ondervraagd ‒ ook onderdeel van het project ‒ bleek dat ouderen van kantmarkering, witte lijnen aan de zijkant, houden. Ze noemen het ‘prettig’.
Naast de kantmarkering zijn er verschillende soorten middenstrepen in een bocht onderzocht. De ‘verzwaarde’ asmarkering (een bijna doorlopende lijn) bleek het best te werken. Fietsers blijven dan meer op de eigen helft. Dat betekent minder kans op confrontaties met tegenliggers en alle capriolen die daarmee gepaard kunnen gaan.

Gereedschap
Het project heeft geen 50-plus-fietspad opgeleverd, zoals bij de start van het project in de krant stond. Maar wel gereedschap om fietsers te verleiden een veilige plek op de weg te kiezen. Kees Bakker, namens de Fietsersbond bij het project betrokken: ‘Uiteindelijk hopen we dat gemeenten en provincies zo meer oog voor details rond het fietspad krijgen. We geven wegbeheerders meer gereedschap. Zo hebben we gezien dat met kunstgrasbermen fietsers dichter op de rand durven rijden. Met belijning rijden fietsers verder van de rand af. Wegbeheerders kunnen fietsers zo meer verleiden de ideale lijn te volgen. Uiteindelijk draagt dat bij aan veiliger fietspaden voor iedereen.’

 

 

Nepblokjes
Bij Genemuiden is een experiment uitgevoerd met kantmarkering van optische illusies. Met 3D-tekeningen werden op het fietspad langs de N760, de Kamperzeedijk, een soort blokjes aan de rand van het fietspad gesuggereerd. Rijksuniversiteit Groningen onderzocht hier de effecten. De conclusie was dat in ieder geval in deze vorm de optische illusie niet het beoogde effect had. Mensen zagen het niet, werden erdoor afgeschrikt of gingen er juist overheen rijden.

Vergevingsgezind fietspad
‘Het Vergevingsgezinde Fietspad’ won in 2013 de prijsvraag van het ministerie van Infrastructuur en Milieu voor het meest innovatieve onderzoeksvoorstel om de fietsveiligheid bij 50-plussers te verbeteren. Adviesbureau Royal HaskoningDHV, de Fietsersbond en Rijksuniversiteit Groningen hadden met drie provincies, twee gemeenten, een politieregio en het kenniscentrum CROW de krachten gebundeld voor een onderzoek dat vooral gericht was op het voorkomen van enkelvoudige fietsongelukken van oudere fietsers. Minister Schultz doneerde 300.000 euro en de provincies zorgden voor nog eens 300.000 euro. Eind dit jaar worden de resultaten van het onderzoek gepresenteerd.
‘Het Vergevingsgezinde Fietspad’ klinkt wat religieus, maar eigenlijk is het niet zo’n rare benaming. De drie partijen zijn onder andere op zoek gegaan naar maatregelen waardoor het fietspad ‘meer vergevingsgezind’ kon worden, dat wil zeggen een fietspad waarbij een stuurfout niet meteen wordt afgestraft met een keiharde valpartij. 

Karin broer

Karin Broer

Freelance redacteur van de Vogelvrije Fietser

Reacties

  1. Smalle tweerichtingsverkeer fietspaden met bochten en bomen er naast. Vragen om problemen. Verkeersplanners bedenken allerlei rare bochtjes voor fietsers wanneer ze autoverkeer moeten kruisen (te vaak laat het fietspad toch aan een kant doorlopen!). Onduidelijk aangeven waar een fietspad begint. ook al zoiets. Moet je maar uitzoeken wanneer je er op kan. Verblindende verlichting van tegemoetkomend fietsverkeer! Veel wegen zonder fietspad hebben overigens ook geen belijning. Bij tegemoetkomende auto's is het dan ook op gevoel de weg volgen, al zijn koplampen van auto's vaak beter afgesteld. Op fietspaden langs drukke autoverbindingen wil je 's avonds niet zijn. Je ziet namelijk het pad nauwelijks door alle koplampen. Tegenliggers zonder licht zie je pas op het laatste moment.

Reageer ook op ons forum

Deelnemers

Samen fietsen we beter!

Word lid